Naar inhoud springen

Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Navordering van vermogensbelasting

Uit Wikisource
‘Navordering van vermogensbelasting’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Leeuwarder Courant, zaterdag 18 maart 1899, [eerste blad], [p. 2]. Publiek domein.
[ eerste blad, 2 ]

Navordering van vermogensbelasting.

Over het door de regeering ingediend voorstel tot navordering van te weinig betaalde vermogensbelasting schrijft het Utrechtsch Dagblad o. a. het volgende:
Dit is nu met een machtig talent bedacht; maar komt toch in de praktijk op groote ergernis en, laat het ons gerustelijk zeggen, op gruwelijke hardheid neer.
Is het niet een moment van groote ethische kracht, de nagedachtenis van een overledene in eere te houden?
Heeft niet de strafwet zelf gezegd, dat het recht tot strafvordering vervalt met den dood van den verdachte, en zal nu de fiscus zijne grijpende vingeren nog uitstrekken tot over het graf?
Is het niet een gruwel, indien de koud tegenover de weduwen en weezen staande belasting-ambtenaren den overledene brandmerken als falsaris, die onder de aarde ligt en zich niet meer verdedigen kan?
Nu mijn ontwerp is ingediend, zegt de minister triomfantelijk, kan ieder zich praepareren op wat hem na zijn dood van den fiscus te wachten staat en kan hij zorgen, dat zijne nagelaten betrekkingen materieel vinden, om zijn verdediging te voeren. Maar kan men dan alles voorzien, elke bewering, die later na uw dood gedaan zal worden, hoe onjuist of onredelijk ook?
De fiscus zal den overledene in zijn graf aanslaan en op zijn nabestaanden zal dan de bewijslast drukken, dat die aanslag te hoog was. Slagen zij niet, in dit bewijs, zelfs de raad van beroep zal den aanslag niet mogen verlagen. Zelfs de raad van beroep wordt dus teruggedrongen van zijn plaats als hoogste instantie en aan den fiscus het heft in handen gegeven. De minister noemt dat nog mild. Wij zouden veeleer voor het tegendeel een parlementair woord willen vinden.
Verder betoogt het blad, dat voor „onjuiste aangifte” heel wat zal worden uitgekreten, dat deze qualificatie in het geheel niet verdiende.
Het blad is van oordeel, dat het ontwerp strijdt tegen ons Hollandsch nationaal karakter en niet moet aangenomen worden.