[ 1 ]BERLIJN den 4 September. Eergister is de Koning, vergezeld van zijn derden Zoon, Prins Karel, naar Silesiën vertrokken ter inspectie van de Troepen. Z. M. heeft in Giüneberg overnacht en meende gister in Breslau te zullen zijn, en wordt binnen agt dagen terug verwacht.
Z. M. heeft eene Commissie benoemd, bestaande uit een militair en uit een burgelijk Ambtenaar, ten einde onderzoek te doen naar de 53 personen, welke eene verklaring, ten voordeele van Dr. Jahn, en ten einde denzelven te verdedigen, tegen de van ambtswegen, omtrent hem ingebragte beschuldiging, hebben onderteekend. — Een gerucht, als of Vorst Blücher overleden zoude zijn, is gelukkig onwaar bevonden; doch men verneemt, dat een bekwaam Geneesmeester van hier naar hem is toegezonden.