Naar inhoud springen

Leydse Courant/1819/Nummer 110/Parijs den 9 September

Uit Wikisource
‘Parijs den 9 September’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Leydse Courant, maandag 13 september 1819, [p. 2]. Publiek domein.

[ 2 ]PARIJS den 9 September. In den Moniteur van gister, wordt de Aanspraak van den Paus medegedeeld, op den 23 Augustus aan de Cardinalen in het Consistorie over de Kerklijke zaken van Frankrijk gedaan, [zie den korten inhoud hier boven onder het art. van Romen.]
Morgen op den middag zal de Koning de gezamenlijke Nationale Garde in oogenschouw nemen.
Overmorgen moeten de Kies-collegien bijeen komen ter vernieuwing van een vijfde gedeelte der Kamer van Afgevaardigden. Dit veroorzaakt een ongemeene drokte voor de Nieuwsschrijvers zoo ultra-royalisten als ultraliberalen om lijsten op lijsten mede te deelen van zodanige personen als zij gaarne verkozen zagen. Evenwel schijnen de eerstgemelden niet veel hoop te koesteren van veele lieden van hunnen stempel te zien verkiezen. „Nog eenige dagen, zegt de Moniteur van eergister, en de Kiezers van Frankrijk zullen aan den dag gelegt hebben wat zij van de partijen denken, die hen belegeren.” „In den loop van dit jaar hebben zich de partijen ongetwijfeld onder genoegzaam heldere couleuren vertoond om elken regtschapen man thans te doen weeten waaraan hij zich te houden hebbe. Wat is hier de rede van? Zij, die willen dat Frankrijk op nieuw de hagchelijke kans der revolutiën lope, hebben slechts de inblazingen te volgen, welke hun beurtelings gegeven worden. Zij kunnen kiezen tusschen hen [de Ultra-roijalisten] die roepen: liever Jacobijnen dan gematigden, en hen, [de Ultra-liberalen, die onbeperkt alle uitgebannenen, ook Koningsmoorders, ook de familie Bonaparte, wilden terug geroepen hebben] die, in Meij en Junij l. l. het Gouvernement het schandelijk iniatief van eenen maatregel wilden opleggen, die gelijkelijk de Koninglijke Majesteit en de natuur beledigde. Maar tusschen die twee uitersten zijn eenige eervolle en heilzame keuzen; de reden zo wel als de wet toonen dat aan.”
De Generaal Donnadieu heeft een verslag gepubliceerd aan zijne medeburgeren, van het voorgevallene te Grenoble, en tevens van de belooning, die deze Generaal van wegen het Ministerie ontvangen heeft voor de groote diensten, welke hij beweert ter dier tijd aan den Koning en de Monarchie te hebben bewezen. Dit geschrift, waarin de Ministers en vooral de toenmalige Minister van Politie, thans Minister van Binnenlandsche Zaken, Graaf Decazes, geensins gespaard worden, maakt vrij veel gerucht.
Het gedrag van dien Minister wordt in den Moniteur van gister en heden verdedigd, en het Geschrift van den Generaal met echte stukken wederlegt.
De werklijke toestand van Engeland, en de daar in plaats hebbende bewegingen, schijnen den Moniteur gelegenheid gegeven te hebben om deswegens het volgend artikel mede te deelen:
„De tegenwoordige Constitutie van Engeland is van natuur sterk. Zij had voor den tijd, waarin zij haar laatste aanvulling bekwam, eenen onoverklimbaren dijk gesteld tegen alle ongeschikt bedrijf van de Volks-regeering. Maar sedert het einde der vorige eeuw is Engeland de algemeene fabriek geworden, en daardoor is deszelfs bevolking verdubbeld. Staat nu deszelfs tegenwoordige bevolking in eene billijke betrekking met de oorspronglijke kracht en den aart van deszelfs wetten?”
„De Oorlog over de Erföpvolging, de zevenjarigen Oorlog, de Oorlog met America, en de Omwentelingsoorlog, hebben hetzelve achtervolgelijk gedwongen om onmatige krachten te ontwikkelen; die heeft het niet kunnen volhouden, dan met zich de algemeene monopolie toe te schrijven. Edoch uit die Oorlogen zijn ook voor Europa onberekenbare behoeften ontstaan en de noodzaaklijkheid om daarin te voorzien; de nijverheid heeft hare pogingen verdubbeld. Wat is daar uit voortgekomen? Elk arm huisgezin van het vaste land, het welk arbeid vond in eene fabriek in deszelfs omtrek opgerigt, verarmde of maakte een Engelsch huisgezin werkeloos. Ook is de eigendom achtervolgend met drie honderd millioenen bezwaard geworden, om den armen te hulp te komen. Evenwel die onberekenbare fabriek-bevolking is in lijden, kwijnt en is oproerig; Waarom? Om dat Engeland de eenige fabriek van de wereld niet meer is en niet meer zijn kan. Al de declamatien over den geest der eeuw zullen niets aan dien staat van zaken veranderen. De eenige vraag is maar om te weten of men werk of brood geven kan, niet alleen aan het millioen huisgezinnen, welke Engeland thans meer heeft dan in de eerste jaren van de 18de eeuw, maar ook aan de duizende huisgezinnen, welke noch de armentax noch de fabrieken niet onderhouden kunnen. Deze vraag kan niet opgelost worden, dan door uitgestrekte Coloniale Landverhuizingen, of door eenen eeuwigdurenden Oorlog, zo als bij de Romeinen.
De 5 per Cents zijn den 4 dezer gesloten met 73 Fr. 15 C., en staan nu met het genot van 22 September 71 Fr. 50 C.; de Bank-Actiën 1465 Fr.