Limburger Koerier/Jaargang 83/Nummer 293/Raad van Roermond

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Raad van Roermond
Auteur(s) Anoniem
Datum Donderdag 13 december 1928
Titel Raad van Roermond. Nogmaals de ziekehuiskwestie. De houding van het raadslid Drehmans.
Krant Limburger Koerier
Jg, nr 83, 293
Editie, pg [Dag], eerste blad, 2
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

RAAD VAN ROERMOND.

Nogmaals de ziekenhuiskwestie.

DE HOUDING VAN HET RAADSLID DREHMANS.

      De Raad deze gemeente was Woensdagavond in openbare vergadering bijeen.
      Afwezig was dhr. Drehmans, terwijl de vacature-Kruithof nog niet vervuld was.

IN MEMORIAM            

      Bij den aanvang der vergadering werd door den voorzitter burg. Steinweg een woord van nagedachtenis gewijd aan dhr. Severijns z.g., die van 1909—1923 lid van den Raad was en o.a. lid en voorzitter der financieele commissie, terwijl hij ook als voorzitter der bouwver. Roermond vele verdiensten had. De leden hoorden staande dit „in memoriam” aan.

INGEKOMEN STUKKEN.      

      Goedgevonden werd het laten inventariseeren van het oud-archief der gemeente op het rijksarchief te Maastricht.
      Mevr Michiels van Kessenich-van Meeuwen heeft den Raad ontslag gevraagd als lid van het College van Regenten; het gevraagde ontslag werd eervol verleend onder dankbetuiging voor de vele belangelooze diensten.
      Een verzoek van Protestantsche School tot medewerking van den Raad voor aanschaffing van nieuwe leermiddelen, werd evenals een subsidie-aanvrage der R.K. Handelshoogeschool te Tilburg naar de betreffende commissies verwezen.
      Aan het Roermondsche Comité tot bevordering van den Volkszang werd een garantie-subsidie verleend van ten hoogste f 50 voor een volkszanguitvoering op Zondag 23 December in het Christoffelhuis; de socialistische raadsleden verklaarden zich tegen, omdat een koor der Kath. Volkszangvereeniging te Maastricht medewerking verleent.

LOUISA-HUIS.                  

      Op uitnoodiging van den Raad hebben B. en W. een onderzoek laten instellen, naar de bedragen, welke door R.K. Godshuis en Louisahuis in rekening zijn gebracht voor de voeding, kleeding, verlichting, verwarming, bewassching enz. der verpleegden. Bij het onderzoek is afdoende gebleken, dat de inrichting zoowel van de begrooting als van de rekening van dien aard zijn, dat deze zoo spoedig mogelijk dient te worden gewijzigd: de verrekeningen loopen n.l. over beide instellingen geheel in en door elkaar.
      Dhr. Gunther merkte op, dat het financieel beleid in orde was, doch dat de wijze van administratie onbevredigend is: het vroeger college had in deze meer diligent moeten zijn. Dhrn. Breukers en Bongaerts wezen erop, dat de vroegere Raad zelf toch ook had medegewerkt om den thans gewraakten toestand te scheppen.
      Dhr. Gunther vroeg dat de Raad alvorens nieuwe regenten worden benoemd, zich nog eens definitief over zijn standpunt in deze zal uitspreken.
      Het schrijven van kardinaal Van Rossum, waarin deze den Raad mededeelt, dat Z. Em. zijn tusschenkomst inzake de ziekenhuis-kwestie-als geëindigd beschouwt, nu de Zusters Roermond gaan verlaten, werd voor kennisgeving aangenomen.

SCHRIJVEN DER ZUSTERS      

      Voorlezing werd gedaan van het door ons reeds gepubliceerde schrijven der Zuster-overste van het Louisa-huis, waarin deze de verklaringen van dhr. Drehmans betreffende den nieuwbouw van het ziekenhuis verontschuldigt als te zijn gebaseerd op een foutieve mededeeling dezer Moeder-overste.
      De burgemeester legde naar aanleiding van dit schrijven een verklaring af, waarin hij zich afvroeg, of het gepast was thans een religieuse een openlijke schuldbekentenis te laten doen: naar ’s burgemeesters meening had dhr. Dr. zijn zaak beter gediend door in den Raad ridderlijke verklaringen te doen. Spr. vond het een zonderlinge zaak, dat pas na zes weken de verklaringen van dhr. Drehmans als een vergissing werden aangemerkt[.]
      De burgemeester kon niet de verzekering geven, dat hij deze aangelegenheid thans als gesloten zou verklaren; ’t zou nog noodig kunnen blijken in het belang van ’s Raad’s gezag en om den wille der waarheid de een of andere verklaring te geven.
      Dhr. Cornelus wees erop, dat de door de Zusters gestelde vertrektermijn over 6 maanden en 3 weken wel wat erg kort was, de burgemeester deelde echter mede, dat intusschen met de Zusters was overeengekomen den half jaar termijn met twee maanden te verlengen.

Houding-Drehmans.

      Dhr. Gunther (soc.) wenschte terug te laten trekken de motie van den Raad, dat dhr. Drehmans onware verklaringen had afgelegd, daar ’t bleek, dat dhr. Dr. verkeerd was ingelicht door de Overste van het Louisahuis.
      Van verschillende zijden rees daartegen verzet: de verklaringen waren niet overhaast geschied, daarna was tijd genoeg geweest voor dhr. Drehmans om de zaak op te helderen.
      De burgemeester concludeerde, dat er nog veel onopgelost bleef in de houding van dhr. Drehmans.
      Hierna werd voorlezing gedaan van een schrijven van dhr. Drehmans aan B. en W., waarin deze opkwam tegen de motie van afkeuring door den Raad en aan zijn houding verklaring gaf.
      B. en W. verklaarden van oordeel te zijn, dat dhr. Dr. zich in den Raad en op het daarvoor noodige oogenblik had behooren te verdedigen. B. en W verklaarden, dat hun niets bekend is, waaruit zij zouden concludeeren, dat dhr. Dr. den bouw van het nieuw ziekenhuis niet had belemmerd. Verder zette de voorzitter namens B. en W. recht, dat de aanbieding der Zusters uit Tilburg niet zonder meer was van de hand gewezen. B. en W. hopen verder, dat dhr. Dr hen niet meer zal nopen over de ziekenhuiskwestie te spreken, vooral wordt gehoopt, dat dhr. Dr. zich niet meer zal verstouten het voor te stellen, alsof Roermond te kort schiet in dank voor de zusters van Tilburg.
      Na nog eenige discussie werd de bespreking gesloten.
      De geloofsbrieven van het nieuw gekozen raadslid Joh. Jac. Turlings (R.K.) (in de vacature Kruithof soc.) werden in orde bevonden, waarna tot toelating werd besloten.

Onderwijszaken.

      Besloten werd de subsidieregeling voor bijzondere bewaarscholen te handhaven tot 1930.
      Vastgesteld werd de regeling tot vergoedingen voor leerlingen van bijz. scholen ex art. 101 L.O.
      Medewerking werd door den Raad verleend tot aanleg van een centrale verwarming in de Salvatorschool. mr. Rieter verklaarde zich tegen, aangezien de verwarming reeds was aangelegd.
      Na eenige discussie werd met de socialisten tegen besloten over te gaan om met het kerkbestuur van Kapel in ’t Zand overleg te plegen of niet in een der klassen van de jongensscholen B. of E. tijdelijk de noodig geachte natuurkundeklasse voorde Ulo-school is onder te brengen.

Kasgeldleening.

      Zonder discussie en z.h.st. werd een leening ter voorziening van kasmiddelen ten bedrage van 250,000 gld. besloten.
      Goedgekeurd werd het doen verven van de Rijkskantoorgebouwen ter plaatse.

Ruiling van grond.

      Na eenige discussie werd, alleen met de socialisten tegen besloten tot verkoop van stukken grond in het Roermondsche Veld aan het Kerkbestuur der H. Hart-kerk en tot ruiling van grond met deze

Woningbouw.

      De woningbouwvereeniging Lada vroeg voor den bouw van 20 woningen een vorschot van f 65,000. B en W. adviseerden vooreerst geen medewerking daartoe te verleenen, daar op 29 October ll. nog aan de bouwvereeniging St. Jozef voorschotten waren gegeven voor den bouw van 28 woningen. Geoordeeld werd, dat vooralsnog in deze gemeente geen behoefte aan arbeiderswowoningen bestond. Dhr. Gunther sprak het vertrouwen uit, dat in de naaste toekomst aan Lada de mogelijkheid van woningbouw niet zou belet worden, terwijl dhr. Evers betwijfelde of de woningtoestanden in alle opzichten gunstig zijn. Het advies van B. en W. werd met de socialisten tegen aangenomen.

Benoemingen.

      In de Commissie van Toezicht op het L.O. werden ingevolge de voordrachten benoemd mej. A. Janssens, dhr. R. Pijls en mevrouw M. A. E Pennartz-Wassenberg, terwijl in de Commissie van Toezicht op het M.O. de vacature jhr. van Aefferden werd aangevuld door de benoeming van mr. A F M. Steenberghe, terwijl mr. E Gerardts en C. A. H. Nicolas werden herbenoemd.
      Nadat dhr[.] Gunther had gewezen op de wenschelijkheid om op verschillende plaatsen der stad zand in voorraad te hebben bij eventueelen hinderlijken sneeuwval of gladheid, ging de Raad in geheime zitting.