Nederlandsche Staatscourant/1819/Nummer 141/Frankrijk
| ‘Parys, den 11 Junij’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Nederlandsche Staats-Courant, donderdag 17 juni 1819, [p. 4]. Publiek domein. |
FRANKRIJK.
Parys, den 11 Junij.
Z. M. heeft, heden, den pruisischen ambassadeur eene particuliere audiëntie verleend, en, vervolgens, met den generaal Dessoles, president van den raad van ministers, gearbeid.
— H. K. H. de hertogin van Angoulême, verzeld van den minister van binnenlandsche zaken, van den prefekt van het departement der Seine en van den hertog de Damas, heeft heden het etablissement der archieven van het koningrijk, in het hotel van Soubise, bezigtigd. Hoogstdezelve scheen getroffen over de belangrijkheid en den rijkdom der zich aldaar bevindende gedenkstukken. H. K. H. vestigde bijzonderlijk hare aandacht op de charters van Childebert, van Charlemagne en van onze oudste Koningen, en betuigde den opper-bewaarder hare grootste tevredenheid, over de orde, welke in dat groote en kostbare gesticht heerscht.
— De hertogin van Gothland (Koningin Van Zweden) is, den 6den dezer, tegen den avond, met haar gevolg, te Dijon aangekomen, en, twee dagen daarna, weder van daar vertrokken, den weg naar Auxonne nemende.
— De heer Felix Lepelletier, een der gebannenen, uit kracht der ordonnantie van den 24sten julij 1815, en der uitzonderingen op de wet van amnestie, heeft verlof bekomen, om twee maanden, voor familie-zaken, in Frankrijk te mogen doorbrengen. Hij bevindt zich, sedert eenige dagen, in de hoofdstad.
— De vaccine maakt de grootste vorderingen in het departement der Seine-Inférieure. In vijf kantons zijn, binnen één jaar, 2026 kinderen gevaccineerd, en het schijnt, dat de rapporten uit de overige arrondissementen insgelijks zeer voldoende zijn.
— Het laatste nommer van de Annales de Physique et de Chimie (jaarboeken der natuur- en scheikunde), door de heeren Gay-Lussac en Arago geschreven wordende, behelst zeer belangrijke bijzonderheden wegens de handschriften uit het Herculaneum. Volgens den vermaarden engelschen chimist, den heer H. Davy, welke onlangs een vrij lang verblijf te Napels heeft gehouden, zou het vuur niet op die handschriften hebben gewerkt, zoo als men algemeen gelooft; maar dezelve schijnen eerder door de landurige werking van vocht en lucht, of alleen door de terugwerking der groei- en grondstoffen van het eene op het andere tot kolen gebragt te zijn geworden. De heer Davy heeft, in eene der kamers, waarin dezelve zich bevonden, een fragment van een plafond gezien, waarop zeer wel bewaarde dunne gouden blaadjes en zeer schoone vermiljoen waren, hetgeen niet zou kunnen zijn, bijaldien dat vertrek aan eene hitte blootgesteld ware geweest, genoegzaam om de groeistof tot kolen te branden. Deze opmerking heeft den heer Davy op het denkbeeld gebragt van een gemakkelijk middel, om deze handschriften te ontrollen. Het zou zeer te wenschen zijn, dat deze geleerde zijne belangrijke nasporingen ten einde bragt, door zijne wijze van daar mede te handelen mede te deelen, en vooral, dat hij ons in staat stelde, om genot te hetben van sommige der rijkdommen in het vak der letteren, welke waarschijnlijk in de 1265 handschriften op papyrus, die nog in het museum te Napels liggen, zullen vervat zijn.
— Den 5den dezer, ten vijf uur na den middag, is er een onweder, van regen en hagel verzeld, over Lyon uitgebarsten. De heer Degranges, 23 jaren oud, te Brotteaux wonende, en de groote laan doorgaande, had zich onder eenen boom verscholen en werd aldaar door den bliksem getroffen.