Naar inhoud springen

Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Muntwezen

Uit Wikisource
‘Muntwezen’ door T. Treytelaar
Afkomstig uit de Nederlandsche Staats-Courant, maandag 7 juli 1828, [p. 1]. Publiek domein.
[ 1 ]

MUNTWEZEN.

Het Kollegie van Raden en Generaal-Meesteren der Munt,
Gezien hebbende onderscheidene valsche 25 Cents-stukken van eene, onlangs, in sommige streken der Zuidelijke provincien, inzonderheid te Brussel, Antwerpen en omliggende plaatsen, in de wandeling ontdekte, bedriegelijke soort, voerende het jaartal 1825 en het muntteeken van ’s Rijks-munt te Brussel (B), heeft na bewerkstelligd onderzoek dezer stukken, gemeend, de goede ingezetenen te moeten opmerkzaam maken op verschillende, meer of minder in het oog loopende, doch alle duidelijk waar te nemen, uiterlijke kenteekenen van valschheid, waardoor zich de gedachte stukken, welke geslagen, en iets ligter dan de echte zijn, en omstreeks een derde gedeelte van derzelver waarde aan zilver houden, van deze zijn te onderscheiden, als:

Io. Met betrekking tot de kleur:

Dezelve is, hoewel minder wit dan die der echte stukken, nogtans, vergeleken tegen zoodanige 25 Cents, welke reeds een geruimen tijd in den omloop zijn geweest, en door de behandeling den eersten glans van den muntslag verloren hebben, oppervlakkig beschouwd, daaraan vrij nabijkomende; doch eenige wrijving doet de kunstmatige verbetering van het metaal, aan de oppervlakte, weldra verdwijnen, en plaats maken voor de geelachtige, natuurlijke kleur van het, voor vier vijfde gedeelte uit geel koper bestaande, metaal-mengsel, waaruit deze valsche stukken vervaardigd zijn.

IIo. Met betrekking tot het graveersel:

A. Van de letter-zijde:

1o. De onzuiverheid der trekken van de naamletter vooral van het tweede been, ’t welk boven het eerste uitsteekt, eenigermate binnenwaarts gebogen is en vervolgens spits naar de kroon toeloopt, in plaats dat, op de echte stukken, de opgaande haal dezelfde rigting, tot aan het einde, behoudt, stomper is, en zich niet boven het eerste been der letter verheft. In de krul of den eersten haal der is een klein toevallig gebrek, de gedaante eener halve maan hebbende, [] zigtbaar;
2o. In den rand der kroon ontbreken de puntjes, die in de echte stukken te zien zijn tusschen elk der gesteenten, welke den rand der kroon versieren;
3o. De wijkende onderkant der kroon maakt, in de valsche stukken, eene regte lijn uit, terwijl die, bij de echte, ovaalvormig is;
4o. De onzuiverheid der cijfers van het jaartal, voornamelijk van de 8. — Ook in de 2 en 5 bespeurt men plaatsen, alwaar het graveer-ijzer, door eene onbedrevene behandeling, uitgeschoten is.

B. Van de wapenzijde:

1o. De rand der kroon is iets kleiner, en ook zonder puntjes tusschen de gesteenten. — De wereldbol boven de kroon onduidelijk;
2o. De haarvlokken onder den buik van den Leeuw ontbreken, en maken, onder den linker voor-poot, slechte eenige stipjes uit;
3o. Het veld van het wapenschild is zeer onzuiver. De strepen loopen, op sommige plaatsen, in elkaar. De blokken zijn ongelijk van grootte, ook niet vierkantig, en bestaan grootendeels uit in elkander loopende puntjes, veel grooter dan die, welke, in het wapenschild der echte stukken, het goud der blokken aantoonen. Het blokje onder den linker achter-poot van den Leeuw ontbreekt, althans is door de strepen genoegzaam als bedekt;
4o. De letters, cijfers en teekens zijn zeer flaauw en onder den palmtak doet zich, in den grond, eene ruwheid bemerken.

Utrecht, den 27sten Junij 1828.

Ter ordonnantie van voormeld Kollegie,
T. Treytelaar, Sekretaris.