Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 31 maart 1915
Titel Kunst en wetenschap. Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot
Krant Nieuwsblad van het Noorden
Jg, nr 76, 28
Editie, pg [Dag], [eerste blad], [2]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Kunst en wetenschap.

Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot.

      Het tweede gedeelte van de kostbare schenking, welke dr. P. Hofstede de Groot aan de gemeente Groningen bij zijn overlijden heeft besproken, is thans hier aangekomen en door de goede zorgen van het bestuur van Pictura in de bekende groote zaal van dit genootschap in het Oudheidkundig Museum opgehangen.
      Beter nog dan de eerste serie teekeningen en etsen, welke we reeds zagen kort nadat de schenking door den Burgemeester in den Raad was medegedeeld, geeft deze collectie een beeld van de kostbaarheid van den schat, dien de Groningers in later tijden zullen mogen bewonderen en koesteren als hun eigendom. Er zal dan niet meer kunnen worden gezegd, dat men, om oude Kunst te genieten, naar Holland of naar het buitenland moet gaan. Groningen heeft dan ook een collectie die in elk groot museum een eerezaal waard zou zijn.
      Ten bewijze hebben wij slechts een lijst te geven van de schilderijen,. die hier thans zijn tentoongesteld. Het zijn:
      1. Gerrit Dou, Binnenhuis met een geleerde aan zijn schrijftafel.
      2. Heiman Dullaert, Urinedokter in een vertrek met bedstede.
      3. Carel Fabritius, Kop van een grijsaard met een grooten hoed.
      4. Carel Fabritius, Borstbeeld van een soldaat met een helm en borstharnas.
      5. Nicolaas de Giselaer, Binnenhuis met drie muziekmakende en een zingende man.
      6. Jan van Goyen, Riviergezicht bij opkomend onweer.
      7. Harmen Hals, Jongmensch met een kruik in de handen.
      8. Pieter de Hoogh, Binnenhuis met drie mannen en een vrouw om een tafel bij kaarslicht.
      9. Ludolph de Jong, Binnenhuis met rustenden reiziger en een jongmensch.
      10. Jacob Jordaens, Johannes de Dooper met rooden mantel.
      11. Willem Kalff, Stilleven.
      12. Willem van Nieulandt de Jonge, Gezicht op de kerk St. Maria Maggiore te Rome.
      13. Rembrandt, Zijn eigen portret op jeugdigen leeftijd in een rooden mantel.
      14. Rembrandt, Vrouwelijke studiekop.
      15. Pieter Paul Rubens, Twee krijgsgevangenen.
      16. Hercules Seghers, Gezicht op een breed dal in de Alpen.
      17. Richting Dirk Stoop, Ruiter in ’t rood.
      18. Michiel Sweerts, Borstbeeld van een knaap.
      19. Jacobus Vrell, Binnenhuis met een oud man.
      Dit zijn de schilderijen.
      Er hangen voorts 34 teekeningen, waaronder eveneens van goede bekenden. We noemen Claes Beresteyn, Johan de Bisschop, Lombaert Doomer, Egbert van Drielst, Gerbrand van den Eeckhout, Allaert van Everdingen, Jacques de Gheyn, Johannes Hackaert, Johannes Lievens, Adriaen van Ostade, Michiel Sweerts, Willem van de Velde de Jonge, Adriaen van de Venne en Rembrandt van Rijn, van wie er niet minder dan 7 zijn, en ten slotte J. Haverman, die in deze collectie wat uit den toon valt, hoewel zijn portret van Jacob Marits, dat hier hangt, een zijner best geslaagde portretten is.
      Zullen we nu deze collectie nog eens opzetlijk mooi gaan vinden? Dat is immers niet noodig. Dat alles echt is, daarvoor is Hofstede’s naam als kunstkenner borg; dat de keuze hoogst verdienstelijk is, daarvoor gaven we de naamlijst om dat te bewijzen.
      De collectie hangt hier maar kort. Dadelijk na Paschen gaat ze weer weg. Men zal dus goed doen om zich te haasten en niet tot de Paaschdagen te wachten, want dan loopt het er ongetwijfeld zeer druk. Kan men, dan zorge men op een zonnigen dag des voormiddags te komen, dàn komt de rijkdom van kleuren tot haar volle recht, wat bij donker weer of later op den dag niet zoo het geval is.
      Heden waren er reeds tal van autoriteiten van het gemeentelijk en provinciaal bestuur.
      Een zorg is nog, waar we al dit moois later zullen plaatsen. Het museum heeft er op dit oogenblik de ruimte niet voor en geen geld om te bouwen. Wie helpt dáárvoor nu eens een handje? Men is dat aan den schenker verplicht.