Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1737/Nummer 6/Parijs den 1 February

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Parijs den 1 February’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Oprechte Haerlemse Courant, donderdag 7 februari 1737, [p. 1]. Publiek domein.


[ 1 ] Parijs den 1 February. Men arbeyd in deſe Stad aen een magnifijcke Equipage voor den Prins de Carignan, die toekomende weeck vertrecken ſal, om in de naem van den Coning van Sardinien de oudſte Princeſſe van Lottharingeu te gaen trouwen. De Princeſſe van Armagnac ſal toekomende weeck na Luneville reyſen, om Dame d’honneur by de Coningin van Sardinien te zijn, die eerſt in ’t begin van Maert de reys na Turin ſal aennemen. De Groot-Marſchal van den Coning Staniſlaus van Polen, en den Heer de la Galaiziere, ſijn Cancelier en Zegelbewaerder, vertrockcn den 26 paſſato na Lottharingen, om byder hand te zijn tot het beſit nemen van dat Hertogdom, en om de Volckeren te prepareren tot het ontfangen [ 2 ] van den Coning van Polen, die ſig na het vertrek van haer Coninckl. Hoogheyd en van de Princeſſe toekomende Coningin van Sardinien derwaerts begeven ſal. Verſcheyde Princen van den Bloede en andere Heeren die Ridders van de Ordre van den H. Geeſt zijn, zijn van hunne Luſthuyſen hier en tot Verſailles te ruggekomen, om morgen, zijnde het Feeſt van O. L. V. Ligtmiſſe, met den Coning de ſolemnele Proceſſie van de Ridders van gemelte Ordre by te woonen. Men ſtelt vaſt, dat de Graef van Bethune en de Marquis de Stainville, nevens 3 andere Lottharingſe Heeren, alsdan de Ridder Ordre van den H. Geeſt ſullen bekomen. Den 30 pasſato gaf den Heer de Verneuil, Introducteur der Ambaſſadeurs, een magnifijcke Aſſemblée, waer op 240 Dames en verſcheyde Heeren genodigt waren, daer onder den Hertog en Hertoginne van Fleury, de Marquis de la Mina en de Marquiſin deſſelfs Gemalinne, den Heer Trevinho en ſijn Gemalin, die voor meer als 10000 Ecus aen Edelgeſteentens aen had, en al de uytheemſe Miniſters die ſig in deſe Stad bevinden: Het Bal wierd ten 5 uuren ’s avonds door den Soon van den Heer de Verneuil en de Hertoginne van Fleury geopend, en duurde tot ’s anderendaegs ’s morgens ten 6 uuren: Daer by was’er oock een heerlijck Collation. Den Hertog van Chartres is weer ingeſtort, en men ſegt dat hy in groot gevaer is. De Hertogin van Bourbon bevind ſig een wynig beter, men laet haer noch al Geytemelck gebruycken, men doed haer oock van tijd tot tijd in haer Kamer wat wandelen, maer ſy blijft t’elckens een wynig Koorts houden.