[ 1 ]Van de Sileſiſche GRENZEN, den 22 September. By de aanweezendheid van zyne Majeſteit, den Keizer, by den Koning van Pruiſſen, te Neiſſ, verdienen nog navolgende omſtandigheeden, (behalven een meenigte andere reets voorheen gemeld) aangemerkt te worden. By eene Manœuvre, ontfing de Koning een Brief van de Keizerinne, en na dien geleezen te hebben, kuſte hy den Brief, en denzelven gaffe aan den Keizer over. Beide Monarchen zyn alle avonden verſcheidene uuren lang by elkander geweeſt. De Keizer heeft by zyne aankomſte, den Koning het Compliment gemaakt; “dat hy thans het genoegen had, den grootſten Generaal en Koning te omarmen.
Toen de Keizer op zyne te rug reize te Glats kwam, vraagde de Commandant, of Hy de Veſting in oogenſchyn geliefde te neemen? Waarop die Monarch ten antwoord gaf, dat Hy reeds zoo veele ſchoone zaken gezien had, dat hy niets meer verlangde.