[ 1 ]Uyt het Keyserlijcke Velt-Leger by Barkan den 12 October. Na dat Barkan door ons is ingenomen, t’eenemael geruineert en afgebrant, hebben sijn Konincklijcke Majesteyt van Poolen en den Heer Hertog van Lottharingen ’s anderen daegs het Te Deum Laudamus laten singen, en van beyde syden de Stucken Geschut drie mael met scherp op Gran laten lossen. Op gisteren avont zijn de Schepen tot de Schip brug aengekomen, welcke een uur van Gran tot in een Eylandt sal geslagen werden; en soo dra als men aldaer een Cortijne opgerecht sal hebben, sal de andere helft van de Schip-brugge oock gelegt, de Volckeren daer over gebracht, en Gran geattacqueert werden. Op morgen verwacht men de Ceur-Beyersse en Franckisse Troupen in ’t Leger, doch de Cavallerye van die Volckeren gaet weder in ’t Rijck na huys, alsoo ’er groot gebreck aen Voeragie, die wel 3 a 4 Mijlen verre gehaelt moet werden, is. Op heden zijn de Ceur-Brandenburgse Volckeren oock by de Konincklijcke Armee gekomen, doch niet in soo grooten getal, als men wel gemeent hadde. Het laetste verlies van den Vyant werde nu alleen op 6000 Man gereeckent, en bevinden sig by de Keyserl. en Koninckl. Armeen 1200 Gevangenen, benevens den Bassa van Silistrien; den Bassa van Aleppo is doot gebleven: van de Keyserl: Volckeren is weynig Volck doot en gequetst. Na men tyding heeft soude den Grooten Visier met 24000 Man van Ossen na Gran in aentocht zijn geweest, doch op de tyding van ’t slaen der sijne weder te rugge na Ossen getrocken wesen, na dat alvoorens een stercke Besetting in Gran hadde gelegt. Den Heer Hertog van Lottharingen gaet dickwils met den Heer Generael Velt-Marschalck den Grave van Starrenberg en andere hooge Officiers uyt, om de half-geleyde Schip brug te recognoseeren. De Turcken schieten gedurig met haer Geschut uyt Gran in ons Leger, maer konnen niet raken: De Janitsaren schieten mede met Dobbel haecken van onder de Stadts Muren op de Ruyters, welcke haer Paerden in den Donauw laten drincken.