[ 2 ]Lintz den 17 Juny. Wegens de afwesentheyt van ’t Hof is van hier weynig te berichten. Uyt Poolen heeft men advys, dat sijn Konincklijcke Majesteyt met sijn gantsche Armee bereyts op de Grensen van Moldavien is gekomen, en dat den Vorst van dat Landt met sijn Aenhangh by hem is gearriveert, soo dat men hoopt in ’t korte iets van daer te sullen horen. Den Vorst Lubomirsky is met 3000 Man mede na Ongaryen in de Marsch: hy sal in Opper-Ongaryen blyven, en met het Corps onder den Generael Schults conjungeren. Den 12 deser heeft de Keyserlijcke Hooft-Armee by Gran gestaen, en wacht noch na de Regimenten, die uyt Silesien en Moravien in de Marsch zijn. Door dien de Keyserlijcke Armee sig in soo veel partyen moet verdeelen, sal deselve niet veel van belang konnen voornemen; doch de Turcken sullen mede geen overgroote Macht te Velde konnen brengen. Alschoon men geresolveert was, om Pest aen te tasten, soo vreest men echter, dat Vicegrad, ’t welck dicht aen den Donauw legt, die Rivier soude sluyten, invoegen men wel genootsaeckt sal zijn, om ’t selve eerst aen te tasten. Tot Gran werdt met alle macht aen de Brug gearbeyt.