[ 1 ]ADrianopolen den 19 January. Den Grave van Ottingen, Keſerlijcken Grooten Ambaſſadeur, arriveerde den 26 deſes, hier omtrent een uur buyten de Stad door den Aga der Janitſaren, en vervolgens door den Boſtangi Baſſi, welcke de Guarde van den Sultan commandeert en welcker beyder Gevolg te Voet en te Paert in het Nieu gekleet was, ontfangen en paſſeerde met ſijn Gevolg tuſſchen Janitſaren over een groote Steenen Weg tot in ſijn Quartier, by de Marckt en de groote Mosquée buyten de Stad in een Huys van een overleden Vizir bereyt en voor het Gevolg in andere nabyſtaende ledige Huyſen, in welcke een gedeelte van het Hof, wanneer het by ons vertoeft, gevonden wert: De Janitſaren hadden geen Geweer en niet eenen Schoot wiert, terwijl het Geſchut naer Conſtantinopolen vervoert is, gehoort: Na d’Intrede onthaelden de Turcken ſijn Excellentie magnifijcq: Hy ontfing den 27 en 28de Viſiten; beſag met Serraglio en andere Gebouwen; begon giſteren ſijn groote Bagage vooruyt te ſenden, en meent, ten eerſten ſijn Reys tot op 4 Mijlen na aen Conſtantinopolen voort te ſetten, aldaer ſijn Equipage en Treyn in ordre te brengen en binnen 15 a 16 dagen ſijn Intrede in die Hooftſtad te doen: Door de Vorſt, onderwegen uytgeſtaen, hebben de Menſchen van het Gevolg veel ongemack geleden en de medegenome Voorraet van Wijn ten deele de Smaeck verloren.