[ 2 ]Amſterdam den 24 January. Te St. Antonio is ingeloopen Jan Cadel van hier na Bilboa gaende. Jurriaen Janſſe van Havre de Grace herwaerts komende, is door continuele Stormen te rug gedreven, en binnen Bilboa gekomen. Te St. Sebaſtiaen is gearriveert Hendrik Ravensberg na Bilboa moetende; te Rochefort Schipper Jan Millon van hier; tot Havre de Grace Jooſt Waeg van Bilboa; te Bourdeaux Willem Willemſe de Jonge, Leendert Blaeuw en verſcheyde andere ſoo van hier als de Maes; te Nantes de Windhond, Jan Janſſe Croes, van hier; te Gottenburg Claes Vinck van hier, en nog een uyt d’Ooſt-Zee; in de Sond Michael Errington, Andries Holme en Schipper Weſterveld, en te Bremen Warner Ditjes van Waterfort. In Wight zijn voor de tweedemael ingelopen Jan Martens Blom en Roelof Smith. Onder de Schepen, volgens de laetſte Brieven op de Rheede van Danzig leggende, zijn verſcheyde van hier na Stockholm gaende. Schipper Chriſtiaen Konckel van Stockholm na Stettijn moetende, is omtrent Colbergen, en Michiel Boumeeſter van Coningsbergen na Stokholm gaende, in de Ooſt-Zee gebleven. Op de Hollandſe Kuſt is een Galjoot vergaen, ſonder dat men weet wie deſelve is. Arent Heereſe Schol van Archangel herwaerts komende, dog laetſt van Bergen, is 7 mijl bezuyden die Stad op den 19 December in ’t uytzeylen tegen een Klip gedreven, doch naderhand in een Standplaets gebracht, daer men ’t Schip hoopte in ſtaet te brengen. In Teſſel is binnen Rieuwert Janſen van Dublin na Bremen moetende, en aen deſe Stad Laurens Janſſe van Gottenburg, Capt. Gravoul uyt Vranckrijck, het Schip le Don de Dieu, Jean Baptiſta Drieux, van St. Malo.