[ 2 ]Uyt het Holſteynſe den 19 January. Men ſchrijft van Coppenhage, dat de Coning van Denemarcken ſijn Zeeſtaet, ſoo als ſe in Vredenstijt ſoude beſtaen, op een vaſte voet geſtelt heeft, waer by verſcheyde Officiers haer Dimiſſie bekomen hebben, die echter met goede Penſioenen zijn begunſtigt, als d’Admirael Reets, de Schout by Nachts Liebendants, Thomſen en Hiort; de Commandeurs Offenberg, Kaas en Johan Wibe; de Commandeurs-Capiteyns Walckendorf en Frus, en de Capiteyns Munch, Corbion, Sandfuchs, Brand, Sachsgaard, Fries, Oreck, Blichfeld en Baaſted. De Vice-Admirael Troyel is tot Admirael benoemt, en de Luytenant Verge had de Character van Capiteyn by d’Artillery bekomen: Men ſeyde, dat ſijn Majeſteyt in het toekomende niet meer als 3 Admiraels in dienſt ſal houden, als de Heeren Raab, Judicker en Troyel. De Preſident van de Stad Chriſtiania, Peter Falk, en de Candelaryraed Hiore waren tot Justitieraden benoemt.