Naar inhoud springen

Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Uyt het Schip de Barfleur in de Mouille van Messina den 1 December

Uit Wikisource
‘Uyt het Schip de Barfleur in de Mouille van Messina den 1 December’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant, 25 januari 1720, [p. 1]. Publiek domein.

[ 1 ]UYt het Schip de Barfleur in de Mouille van Meſſina den 1 December. De Admirael Bing van verſcheyde kanten berigt bekomen hebbende, dat de Malteſers tegen de Neutraliteit die ſy tuſſchen de in Oorlog zijnde Partyen behoorden geobſerveert te hebben, Capers uytgeruſt hadden, onder pretext van Spaenſſe Commiſſien te hebben, om tegen de Onderdanen van ſijn Brittanniſe Majeſteyt en ſijn Geallieerde te kruysſen; dat de Onderdanen van Malta dickwijls ſig aen Boord van de Spaenſſe Capers begaven en dat ſelfs een Caper met Malteſe Vlaggen een Spaenſſe Caper had bygeſtaen in ’t nemen van een Brittis Coopvaerdyſchip, en ’t ſelve als een Prijs te Malta opgebragt; ſoo heeft gem: Admirael Capt. Saunders met het Oorlogſchip de Draednought derwaerts geſonden, om de nodige vertogen aen de Regeering van dat Eyland tegen ſulcke Proceduren te doen, en ſatisfactie en reparatie t’eyſſchen voor ’t ongelijck en de ſchade die de Brittiſe Onderdanen geleden hebben. Capiteyn Sanders in October laetſtleden aldaer aengekomen zijnde, ſond een Memorie aen den Groot Meeſter, die nevens den Raed den Commandeur Sanſedoni en den Ridder Delaval deputeerden, om met hem te confereren: Deſe ſogten ’t gepaſſeerde t’excuſeren, als zijnde ſonder weten en kennis van de Regeering gedaen; maer alſoo Capiteyn Saunders op reparatie bleef aenhouden, conſenteerden ſy eyndelijck, dat de Regeering de Schade, die door haer Onderdanen aen die van Groot-Brittagne en andere op Brittiſe Schepen handelende, is gedaen, ſal goedmaken; en den 27 wierd een Conventie, tot het vaſtſtellen van een middel om de particuliere pretentien te verſekeren en de tijt van betaling te bepalen, door Capiteyn Saunders en de Gedeputeerde getekent, en ’s anderendaegs door den Groot Meeſter en den Raed geratificeert. Capiteyn Saunders is zedert hier te rug gekomen, medebrengende een ſeer obligeante Brief aen St. George Bing van den Groot Meeſter, die ſoo wel als de Raed d’uyterſte eerbied voor ſijn Groot-Brittanniſe Majeſteyt en een ſeer groot reſpect voor den Admirael en de Brittiſe Natie betoont.