[ 1 ]Warſchou den 7 January. Den 2 wierd de Seſſie van de Landboden gehouden, en ſy gingen ſijn Majeſteyts hand kuſſen: Waer na de Vorſt Chartorijnsky, Littauſe Onder-Cancelier, een Aenſpraeck, en vervolgens de Croons-Cancelier een andere tot de Vergadering deed. De Landboden van Littauwen drongen ſterck, dat de Rijcksdag na Grodno mogt getransporteert werden; maer die van Polen ſtercker in getale zijnde, verwierpen deſe Propoſitie. Veele wilden weten, wat antwoort de Emiſſaris op de Grodnoſe Rijcksdag aen den Czaar afgeſonden had, te rug gebragt, als oock wat Inſtructien ſijn Conincklijcke Majeſteyt aen den laetſt na Moscou afgeſonden Geſant heeft mede gegeven, alſoo ſulks tegen diverſe Conſtitutien was geſchied. Den 3 begeerde men eenparig, den tijt van den Rijcksdag te weten, die op 4 weken vaſtgeſtelt wierd. Men bleef op ’t bovengemelt Antwoort en d’Inſtructien aenhouden; en als de Mareſchal van de Landboden na huys ging, ontmoete hem een Officier van den Muſcoviſen Geſant Vorſt Dolhorucky, die hem een Brief van den Czaar aen den Ridderſtand overgaf[.] Deſe Brief wiert den 4, na dat men alle tot de Vergadering niet behorende Perſonen had doen vertecken, geleſen, als oock het Tractaet ’t geen tuſſchen ſijn Coninckl. Majeſteyt en ’t Weener Hof ten beſte van de Republijck en tegen diverſſe Conſtitutien ſoude gemaeckt zijn. Verſcheyde ſtelden voor, dat niemand van de Proteſtantſe Religie ſig van d’Adelijcke rechten ſoude bedienen noch eenige Ampten bekleden; maer de Seſſie eyndigde ſonder eenige reſolutie te nemen. Den 5 wiert in ’t begin van de Seſſie voorgeſlelt, geen melding van de Proteſtantſe Religie meer te maken.