Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt Bordeaux den 26 dito
| ‘Uyt Bordeaux den 26 dito. [= 26 september 1650]’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit de Ordinaris Dingsdaegsche Courante, 18 oktober 1650, [p. 1]. Publiek domein. |
Uyt Bordeaux den 26 dito.
Van dage sijn wy alhier de Gedeputeerden van ’t Parlement, ende de andere Heeren van Bourg weder verwachtende, met de Vredens-Artijculen, die hier verlede vrydach op het Paleys en op het stadhuys aengenomen, geregistreert en geteyckent sijn geworden, vertrouwen sijn Maj. die nu mede geteykent sal hebben, waer naer sy hem noch dese weecke hier binnen sijn verwachtende, om den vryen handel alhier te doen verkondigen.
Een ander van den 29 dito.
Op huyden naer den middagh is de Vrede door de Gedeputeerde Heeren van ’t Parlement van Parijs volkomen geslooten. Tot dato heeft daer groot gheschil tusschen den Koninck en dit Parlement geweest, om te mogen weten wat voor eene Gouverneur alhier voortaen nu soude wesen, waer op sijn Majesteyt tot antwoort heeft gegeven, hy sulcx opgehouden was tot Bourgh ofte binnen Bordeaux te verklaren, maer sulcx by sigh wilden houden, tot dat hy weder tot Parijs zoude sijn gekomen, om als dan daer over hen te uyten. Dese sake dus verre te brengen heeft de Heeren Mediateuren de Gedetupteerden van ’t Parlement van Parijs uytermaten groote moeyten gekost, en veel malen over en weder doen reysen. Het voornaemste des verdraghs is, dat den Koninck die van dit Parlement en dese Stadt is vergevende, alle ’t gene teghens hem tot dato hebben ghedaen ghehadt door Wapenen als anders; insgelijcken oock aen den Hartogh van Bouillon, de Prince van Marillac en alle andere voor desen verklaert voor Rebelle, gevende aen hun alle plaetsen om naer desen haer te mogen onthouden in alle sekerheyt, namenlijcke aen de Princesse van Condé en haren Soon den Hartogh van Anguien de Stadt Nerac, den Hartog van Bouillon Turenne, werwaerts hem oock sijne Huys-vrouwe al toegesonden werden, en zoo voorts alle d’andere yeder hunne plaetsen. Dat het Gouvernement van Guienne den Hartogh van Espernon voor eeuwighlijcken sal afhenomen blijven, het welcke men wil sijn Majesteyt al gegeven heeft aen zijn eygen eenigsten Broeder, den Hartogh van Anjou, ende deselve tot sijn Luytenant gestelt heeft den Mareschal de Schombergh, niet tegenstaende die van hier gaerne gesien hadden sulcx ware ghegeven gheworden aen den Hartogh van Bouillon. De reste zijn secrete Artijculen, ende en werden niet geseydt, alsoo den Konink zo wel als wy tot den Vrede te sluyten hooglijcken gedronghen zijn gheweest, eyndelijcken sal dese Stadt ende ’t Landt voor hare schade by desen Oorlog geleden ghenieten de waerde van 500 duysent Kroonen.