Overleg:Nederlandse grondwet/Hoofdstuk 6

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Artikel 120[bewerken]

“De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”


Dit Artikel corrumpeert en verkracht, de in de Grondwet en Burgerlijk Wetboek vastgelegde rechten van iedere Ingezetene van Nederland !, zoals o.a. het Gelijkheidsbeginsel van Art.1 en het Eigendomsrecht.

Daar deze rechten geschonden worden, door bv. de Belastingdienst, dan kan de Rechter door dit art 120, bv. de Belastingdienst niet tot de orde roepen.

Dit is een Gotspe !

Ik kan niet geloven dat Thorbecke dit toegestaan zou hebben in zijn wijziging van de Grondwet.

Ook de oorsprong van dit artikel is zeer onduidelijk en door mij niet na te gaan

Het enige "voordeel" van dit art. 120 komt alleen ten goede van het Ministerie van Financiën, die zich ongebreideld en ongestoord meester kan maken van bv. de Eigendommen van een Eigenaar van een Eenmanszaak, door de eventuele winst bij de verkoop van zijn bedrijf, zijnde een Vermogenswinst in de Privésfeer, door de Belastingdienst hergeëtiketteerd als zijnde "Stakingswinst", dit terwijl er niets "gestaakt" wordt of werd, en door deze dienst belast wordt voor de Inkomstenbelasting was alsof deze Vermogenswinst een winst is uit de Bedrijfsuitoefening.

De Belastingdienst verrijkt zich ook onwettig, ten laste van een Eigenaar van een Eenmanszaak, door bv. deze te verplichten de bijtelling, die een Werknemer bij zijn inkomen moet optellen, als zijn Werkgever hem een “Auto-van-de-Zaak” ter beschikking stelt , door deze Eigenaar, welke van geen ander Rechtspersoon, een wagen ter beschikking krijgt, daar de Auto zin persoonlijk Eigendom is en alle kosten uit privé middelen betaalt worden !

De “vondst” van de Belastingdienst , dat er een onderscheid bestaat, in een Eenmanszaak tussen “Bedrijfsvermogen” en “Privévermogen” is een vergissing.

In een Eenmanszaak is er maar één Rechtspersoon en dat is de Eigenaar van deze zaak. Het genoemde “Bedrijfsvermogen”is slechts een ONDERDEEL van het Privévermogen van de Ondernemer.

Met de meeste Hoogachting,

J.M. Tellings