Pagina:Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam.djvu/56

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

– 56 –

254.

terwijl er een jongen op den voorgrond ter linkerzijde, met een’ grooten kruithoorn wegloopt, en een ander schutter met een eiken krans om den helm versierd is. Dit stuk, (gemerkt met het jaartal 1642,) hetwelk het onderwerp van beschrijving en beoordeeling van de meeste in- en uitlandsche schrijveren over de schilderkunst geweest is, wordt algemeen geacht, als verwonderenswaardig, zoo ten opzigte van groote kracht, als stout penseel, waardoor met zoo weinig moeite eene zoo schitterende en sprekende schildering is voortgebragt. Boven aan een pilaar ziet men eenig beeldwerk, rondom een ovaal, waarop de namen der verbeeld wordende personen geschreven zijn, zijnde:

Frans Banning Coux, heere van Purmerland en Ilpendam, kapitein.
Willem van Ruijtenberg van Vlaardingen, heere van Vlaardingen, luitenant.
Jan Visscher Cornelisse, vaandrich.
Rombout Kemp, sergeanten.  
Reinier Engel,
Barent Harmense. Jacob Dirkse de Boog.
Jan Adriaan Kijzer. Jan van der Hard.
Hendrik Willemse. Johan Schellinger.
Jan Ockerze. Jan Bringman.
Jan Mettessen Bronkhorst. Jan van Krampoort,
Harmen Jacob Verraken. tambour.