Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/214

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 190 —

gegeven door dove en brewster; ik heb hier deze gekozen als verreweg de gemakkelijkste voor het begrip. Het spreekt van zelf dat men, van andere voorwerpen op de zelfde wijze eene dubbele afteekening vervaardigd hebbende, die met het zelfde effect in den stereoskoop kan bezien. Beelden en groepen van pleister doen hier vooral eene zeer goede uitwerking.

Ik acht het belangrijk hier nog te vermelden, dat deze zelfde stereoskoop, korten tijd geleden, door den uitvinder, wheatstone en tegelijk door Professor meijer te Zurich, is geschikt gemaakt om ook de waarheid te bewijzen van hetgeen hiervoor, betrekkelijk de wijze waarop wij over den afstand der voorwerpen van ons oog oordeelen, is aangemerkt. Worden namelijk, de beide teekeningen tegelijk op de zijwanden een weinig naar voren geschoven, (zie de figuur op blz. 188) waardoor de afstand tusschen deze teekeningen en ons oog niet merkelijk verandert, dan schijnt ons het voorwerp in de spiegels veel verder afgelegen, maar daar de netvliesbeelden toch genoegzaam dezelfde grootte blijven behouden, schijnt ons het voorwerp op dien afstand veel grooter toe dan te voren. Het omgekeerde heeft natuurlijk plaats, wanneer de teekeningen, in plaats van naar voren, achterwaarts en dus van den beschouwer af worden geschoven.

Met het vermelden van nog eene kleine proefneming wil ik hier besluiten. Men plaatse eenig, niet te sterk hol of bol voorwerp voor zich, en zie daarboven op, het eene oog gesloten houdende. Een theeschoteltje op een niet te hooge tafel geplaatst, waarvoor men regtop staat, is zeer geschikt voor ons doel. Wanneer men nu tusschen het geopende oog en het voorwerp, ongeveer op het midden, een vergrootglas (eene lens van 5 à 10 Ned. duimen brandpunt liefst) houdt, dan ziet men het voorwerp omgekeerd; wat links daaraan is, is regts in het beeld dat wij er van zien enz. Maar wat daarbij het vreemdst is, het holle schoteltje vertoont zich nu bol, even alsof wij het met den rand op de tafel hadden geplaatst; en plaatsen wij het werkelijk zoo, dan vertoont het zich alsof het geplaatst was op de gewone wijze.

Een weinig nadenken zegt ons, dat wij hier met een effect van