Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/355

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 331 —

zintuigen, vooral het gezigt, niet alleen vervangt, maar ook, in deszelfs hoogste ontwikkeling, het gezigt en het gehoor in doordringendheid en uitgestrektheid van werkkring verre te boven gaat. De patiënt zoude nu niet alleen de voorwerpen, die op zijnen hartkuil gelegd worden, even goed onderscheiden alsof hij ze met zijne oogen zag, maar het later zóó ver brengen, dat hij die voorwerpen ook dan onderscheiden kan, wanneer ze in eene doos zijn gesloten; hij zoude nu gesloten brieven, ongeopende boeken door band en alles heen kunnen lezen, enz. Op nog hoogeren trap bepaalt zich dit waarnemingsvermogen niet meer tot den hartkuil, maar verspreidt zich over de huid des geheelen ligchaams; de patiënt ontwaart nu, altijd met geslotene oogen, alles, wat zich in zijne nabijheid bevindt en behoeft bij het gaan geen geleide. Personen onderkent hij echter meestal slechts dán, wanneer de bewerker ze door eenige manipulatiën met hem in zoogenaamde magnetische verbinding (rapport) stelt. Geschiedt dit laatste niet, dan is hunne tegenwoordigheid hem meestal lastig, gelijk ook de nabijheid van metalen hem onaangenaam aandoet.—Overigens gevoelen de somnambules zich gedurende den mesmerischen toestand (de crisis, zooals men het noemt) doorgaans bijzonder wél; de meesten spreken, naar men wil, gemakkelijker, velen levendiger en grammatikaal juister, dan zij anders gewoon zijn; zij, die vreemde talen verstaan, spreken deze beter en vlugger, dan in wakenden toestand.—Na één, twee of drie uren, soms veel later, ontwaakt de patiënt, en herinnert zich dan of geheel niet, of zeer flaauw en onvolledig, wat er met hem heeft plaats gehad.

Den vierden graad, tot welken sommige somnambules nu verder kunnen opklimmen, noemt men dien van het helderzien (clairvoyance). Het vermogen om voorwerpen door andere ondoorschijnende ligchamen heen te onderscheiden, hetgeen ik bij den derden graad vermeldde, stelt den overgang daar tot de eigenlijke clairvoyance;—volgens anderen is dit reeds helderzien.

De somnambule verkrijgt nu—altijd volgens de verzekering der mesmeristen—het vermogen, om den inwendigen toestand van zijn eigen ligchaam, en van dat der personen, die met hem in magnetisch rapport staan, duidelijk te onderkennen. Hij onder-