Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/400

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 376 —

visch toch komt in hoofdbestanddeelen werkelijk overeen met het vleesch van runderen, schapen en andere zoogdieren. Trouwens het is voldoende, de krachtig gebouwde bewoners onzer eilanden, Urk, Schokland, Marken enz., te beschouwen, om de overtuiging te erlangen, dat het eten van visch, bij schier geheel gemis van ander vleesch, inderdaad volkomen beantwoordt aan de eischen van ons ligchaam, daar het sterke spieren geeft, en een gestel vormt, gehard tegen alle de wisselvalligheden en ongemakken van het zeemansleven.

Uit de reeds in Frankrijk met zoo gunstig gevolg bekroonde proefnemingen is het gebleken, dat werkelijk de mogelijkheid bestaat, om dit zoo nuttig voedingsmiddel in aanzienlijke mate te vermeerderen. Men handele slechts op gelijke wijze als men reeds sedert onheugelijke tijden met de vruchten van den landbouw heeft gehandeld, die ook wel zonder de zorg des menschen uit den schoot der aarde zouden voortkomen, doch in oneindig geringere hoeveelheid, dan thans, nu de landman de verspreiding van het zaad in den door hem toebereiden bodem voor zijne rekening heeft genomen.

In het wezen der zaak is deze handelwijze geheel toepasselijk op de vischfokkerij. Even als de graansoorten, kunnen ook de visschen gezaaid worden. Wat de zaadkorrels voor de planten zijn, dat zijn hier de eijeren. Zoowel de eene als de andere bevatten de kiemen voor de ontwikkeling van nieuwe wezens, en even als, gelijk men weet, eene enkele plant honderde, ja duizende van zaadkorrels kan voortbrengen, even moederlijk heeft de natuur voor de instandhouding der vischsoorten gezorgd. Zij, die in hunne eerste jeugd aan zoo vele vijanden zijn blootgesteld, moesten wel in zeer grooten getale ter wereld komen, zouden althans eenige hunner, aan die vijanden ontsnappende, den volwassen leeftijd bereiken, en de soort kunnen voortplanten. Daartoe voorzag de natuur de visschen van eene kuit, die bij sommigen uit een schier aan het ongelooflijke grenzend getal eijertjes is zamengesteld. In die van Zalmen vond men er 23,000, bij eenen Snoek 150,000, en bij eenen Kabeljaauw berekende leeuwenhoek, dat er niet minder dan 9,000,000 worden gevonden.