Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/520

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 102 —

nomen, daarop te verwachten, dan mag hij vermoeden, dat zulk een ligchaam een zich bewegend en in de ruimte verplaatsend ligchaam, dat het bijgevolg of eene planeet of eene komeet is. Voortgezette waarneming geeft dan al spoedig zekerheid, tot welke soort van bewegelijke ligchamen het moet gerekend worden.

In de acht en dertig jaren, in welke geen planeet ontdekt is, van 1807—1845, heeft men zich met ongeloofelijke vlijt er op toegelegd, om kaarten van den sterrehemel van eene bewonderenswaardige naauwkeurigheid en uitvoerigheid te vervaardigen. Men heeft vooral die strook des hemels, door welke de baan der aarde om de zon, of de zoogenaamde ecliptica, loopt, met de meeste zorgvuldigheid afgeteekend. Daar nu alle planeten in hare banen rondom de zon de baan der aarde tweemaal moeten doorsnijden, zoo kunnen wij ligt begrijpen, dat de opmerkzaamheid der sterrekundige planetenzoekers vooral op die strook des hemels gevestigd zal zijn: want alle planeten moeten vroeg of laat door die strook doorgaan. Men heeft daarom voorgeslagen, die strook des hemels onder een twaalftal sterrekundigen zoo te verdeelen, dat aan ieder een twaalfde gedeelte van dien cirkel ter nasporing werd aanbevolen. Men rekende dan binnen vier of vijf jaren alle planeten op te sporen, wier omloopstijden niet meer dan vier of vijf jaren bedragen, dat is, naar alle waarschijnlijkheid, alle kleine waarneembare planeten tusschen Mars en Jupiter.

Acht en dertig jaren waren er verloopen, zonder dat een enkel ligchaam aan ons planetenstelsel werd toegevoegd. Eindelijk, den 8sten December 1845, ontdekte hencke te Driessen wederom eene kleine planeet, die hij Astréa noemde. Deze ontdekking mag te regt als eene zeer gewigtige gebeurtenis in de sterrekunde beschouwd worden. Want het scheen, alsof Astréa den sluijer opligtte, die hare nog ongeziene zusters voor de nieuwsgierige blikken der aardbewoners tot hiertoe had verborgen gehouden. Nadat zij zich had vertoond, ging er geen jaar voorbij, hetwelk niet eene of meer nieuwe planeten aan het licht bragt.

Wij spreken hier niet van de planeet Neptunus die, zelfs vóór hare verschijning door le verrier berekend, den 23sten September