Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/523

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 105 —

die haar in lichtvermogen aan eene ster tusschen de 9de en 10de grootte gelijk schatte. De beroemde arago gaf haar, ter eere van de stad zijner inwoning, den naam Lutetia.

Den daarop volgenden dag, den 16den November, verrijkte de op het veld der ontdekkingen zoo bekende hind van Londen de planetenlijst wederom met een tot hiertoe onbekend hemelligchaam, aan hetwelk kort daarna de naam Calliope is gegeven.

Het mogt dezen sterrekundige gelukken, nog voor het einde des jaars eene nieuwe ontdekking bij zijne vroegere te voegen. Den 15den December nam hij eene ster waar tusschen de 10de en 11de grootte met een bleek-blaauw licht, welke hij door hare beweging al spoedig voor eene planeet erkende. Het was de vierde, die deze wakkere waarnemer in dit jaar mogt aankondigen, de achtste, die hij reeds, sedert 1847, op dit veld des hemels had aan het licht gebragt. Deze laatst ontdekte planeet verkreeg den naam Thalia.

Het getal der bekende kleine planeten, die zich tusschen de banen van Mars en Jupiter bevinden, is dus reeds tot drie en twintig geklommen. De meesten zijn op verschillende tijden en plaatsen door de sterrekundigen met naauwkeurigheid waargenomen. Daardoor is men er reeds in geslaagd, om de loopbanen dier planeten, zoo wij alleen de laatst ontdekte Thalia, uitzonderen, met genoegzame zekerheid te berekenen.


Wij hebben gepoogd in een beknopt overzigt aan te wijzen, wat aanleiding heeft gegeven tot de ontdekking van zoovele kleine planeten, vooral in den laatsten tijd. Wij willen nu nog nagaan, welke verwantschap en overeenkomst er tusschen deze planetenligchamen bestaat.

Tot dit einde zullen wij onze aandacht bepalen:

Vooreerst bij de grootte dier ligchamen,
Ten tweede bij hunnen afstand van de zon,
Ten derde bij de gedaante hunner loopbanen of de excentriciteit, en
Ten vierde bij de helling dier loopbanen op de ecliptica.


Wat dan vooreerst de grootte, de massa of het volumen dezer planetenligchamen betreft, komen zij allen daarin met elkander