Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/529

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 111 —

elkander doorkruisen, door elkander slingeren, in elkander grijpen, en elkander de plaats in de ruimte schijnen te betwisten.




Wij hebben gepoogd eenig denkbeeld te geven van de meest in het oogvallende eigenschappen, waardoor de zoogenaamde planetoïden zich van de planeten onderscheiden. Zoo wel uit de plaats, die zij in de ruimte innemen, als uit de opgenoemde eigenschappen, blijkt duidelijk, dat zij met elkander eene groote verwantschap en overeenkomst hebben, en dat men ze dus met regt als eene afzonderlijke groep van planeten mag beschouwen.

De beroemde wijsgeer hegel hield zich in het laatst der vorige eeuw met bespiegelingen betreffende ons planetenstelsel bezig. Hij kwam daardoor tot het, zoo hij meende, onfeilbare besluit, dat de groote ruimte tusschen Mars en Jupiter noodzakelijk eene ledige ruimte moest zijn: want zonder die ledige ruimte zoude het evenwigt van ons zonnestelsel geheel verbroken zijn. Zoo redeneerde hij—en weldra bleek het, dat op die ruimte een zeer groot aantal planetenligchamen is verspreid. Eene ernstige waarschuwing voor


    NAMEN DER PLANETEN. HELLING DER
    BANEN OP
    DE ECLIPTICA.
    NAMEN DER PLANETEN. HELLING DER
    BANEN OP
    DE ECLIPTICA.
    Mercurius  0'. Vesta  8'.
    Mars 1° 51'. Victoria 8° 23'.
    Irene  6'.
    Massilia 0° 40'. Melpomene 10° 12'.
    Fortuna 1° 32'. Ceres 10° 37'.
    Psyche  2'. Eunomia 11° 44'.
    Lutetia 3° 20'. Juno 13° 3'.
    Hygiéa 3° 47'. Calliope 14° 20'.
    Parthenope 4° 37'. Hebe 14° 47'.
    Astréa 5° 19'. Egeria 16° 33'.
    Iris 5° 28'. Pallas 34° 27'.
    Thetis 5° 36'. Thalia ?
    Metis 5° 36'.
    Flora 5° 53'. Jupiter 1° 19'.