Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/550

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 132 —

wetenschappelijken landbouw, want de landman kiest geenszins in den blinde dezen of genen zijner akkers uit, of raadt er naar op welken hij tarwe zal telen, maar een zamenloop van onderscheidene redenen noodzaken hem om den eenen akker met tarwe, eenen anderen met koolzaad, eenen derden met aardappels, eenen vierden met gerst of haver en eenen vijfden met klaver te bestellen, en hij kan van het voorschrift dat hij zich zelven, na rijp beraad eens gegeven heeft, niet afgaan, zonder zich, naar alle menschelijke berekeningen, schade te berokkenen.

Voordat hij tarwe gaat telen, dient hij eerst te weten, of er ook een gewas is dat, op den akker geteeld, welken hij daarvoor bestemd heeft, dezelfde uitgaven vorderend, dezelfde kansen van welslagen belovend, en ten aanzien van vroegere en daarna te telen vruchten dezelfde voordeelen aanbiedend, hem eene opbrengst van grooter waarde verzekert. Dit hangt natuurlijk af van de gelegenheid, welke hij heeft, om zijnen oogst te verbruiken of ter markt te brengen, en dikwijls van de staathuishoudkundige belemmeringen, die de teelt van sommige gewassen in den weg staan. Rogge is, om iets te noemen, zeer geschikt om tarwe te vervangen, maar hoewel rogge meer graan en meer stroo, van eene gelijke oppervlakte gronds, oplevert, is de waarde daarvan zooveel minder, dat het voordeeliger uitkomt om tarwe te telen. Maar legt nu 's lands regering eene hoogere belasting op het verbruiken van tarwe dan van rogge, dan is 't zeer wel mogelijk dat die meerdere waarde tot nul wordt terug gebragt en dat het voor eenen verstandigen boer raadzaam is om rogge te zaaijen. Werkelijk heeft ook de hoogere accijns op de tarwe, onder anderen op de kleigronden van Gelderland, de roggeteelt zeer doen toenemen, ten koste van die der tarwe, eene uitkomst die zich de wetgever zeker niet had voorgesteld, en hetgeen al weder een voorbeeld is van hetgeen belastingwetten dikwijls teweeg brengen, zonder dat de wetgever, hoe geleerd hij ook moge wezen, zulks slechts van verre giste bij het maken der wet. Op dezelfde wijze immers, moedigt de accijns hier te lande de boekweitteelt aan, de teelt van een gewas, hetwelk zulke onzekere oogsten oplevert, dat een boekweiten-boer en een boer die in de loterij speelt,