Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/551

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 133 —

in den mond van het volk zoowat over eene kam geschoren worden. Eveneens is de accijns op den maïs, gelijk staande aan dien op de tarwe, een der grootste beletselen tegen het meer algemeen worden der teelt van dit buitenlands zoo weldadige gewas, een gebrek aan botanische kennis bij den wetgever tot grondslag hebbende, welke de maïs, omdat die ook den ongelukkigen naam van Turksche tarwe draagt, als tarwe meent te moeten belasten, hoewel hij nog minder waard is dan gerst.

Nog eenen staathuishoudkundigen invloed op de keus der te telen gewassen moeten wij gedenken, het voorhanden zijn namelijk bij de bouwlieden van genoegzaam geldelijk vermogen om de soms zware uitschotten te bestrijden, die de teelt van het eene of andere gewas vereischt. Wel wordt hierin, bij zeer vele gewassen, wier teelt aan sommige streken verbonden is, tegemoet gekomen door het verleenen van crediet aan de bewerkers van den akker, tot dat het verkoopen van den oogst hun veroorlooft de pacht en overige voorschotten te voldoen, maar het kapitaal moet er zijn; is 't niet bij den bewerker, dan bij degenen die het crediet verleenen. Het betalen van een bunder gronds, met tabak b.v., vereischt te Nijkerk op de Veluwe eene som van f 450. grootendeels in de maanden April en Mei uit te geven. Eerst in het volgende voorjaar, gewoonlijk, kan men daar voor den oogst eene som van f 600 bedingen, zoodat er wel de aanzienlijke winst van f 150 van het bunder behaald wordt, maar de een of ander het uitschot van f 450 moet hebben geleden.

Eenen zeer grooten invloed oefent de mode uit, wanneer men met dien naam de eene of andere toevallige oorzaak bestempelen wil, die het telen van een gewas aan eene bepaalde plaats verbonden heeft; eene oorzaak die noch in de staathuishoudkundige omstandigheden, noch in de luchtsgesteldheid, noch in den bodem, noch in eene andere der door ons te behandelen invloeden ligt, maar welke de landbouwers nopen om zich tot de keus van het een of ander gewas te bepalen. Wat is 't anders dan grillige mode, dat Zeeland en de Zuidhollandsche eilanden alleen meekrap telen, Groningen en Vriesland alleen cichorei, Gelderland en Utrecht alleen tabak, de Alblasserwaard genoegzaam alleen hennep, Noordholland alleen