Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/648

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 228 —

van de steenkolen, het steenzout, de bouwsteenen, enz. welke mede eene hoogst aanzienlijke som uitmaakt; alleen in Engeland leveren toch de steenkolenmijnen eene waarde van 108 millioen gulden 's jaars ter plaatse der voortbrenging op, en verschaffen aan 118000 menschen werk. Leon faucher schat de opbrengst van het goud in 1852 op 300 en van het zilver op 125 millioen gulden.


In de boven aangehaalde schets werd ons aangetoond, op welke wijze de verschillende metaalertsen de kloven of spleten in de vaste korst der aarde vullen; hoe de steenkolen, zandsteenen, enz. daarop in lagen afgezet zijn, die oorspronkelijk eene horizontale ligging hadden, maar somtijds uit dien stand, door de groote veranderingen, waaraan onze aardbol is blootgesteld geweest, zijn geraakt. De gangen, waarin de metaalertsen aangetroffen worden, vereenigen zich dikwijls en scheiden zich weder, en vormen als het ware een net van aderen in de korst der aarde, of worden even als de steenkolenlagen plotseling afgebroken, om op eenigen afstand weder hooger of lager te voorschijn te komen.

De mineralen komen ook in klompen of blokken in de berggesteenten besloten voor, zoo als met vele ertsen, de steenkolen, het steenzout, enz. het geval is; deze blokken zijn van zeer verschillende grootte. Zoo is b.v. te Traversella in Piémont een ijzerertsblok van 500 el breedte en 400 el dikte, en in Zweden blokken van nog grootere dikte; andere blokken zijn daarentegen na weinige jaren bewerking uitgeput.

De metalen komen zelden zuiver in de aarde voor, maar met zwavel, verschillende zuren, enz. scheikundig verbonden, of met andere stoffen, als kwartz, vloeispaath, zwaarspaath, enz., vermengd, welke stoffen de gang-gesteenten genoemd worden, dat zijn de steenen, welke met de erts de gangen of aderen in het rotsgesteente vullen.

Een gang wordt ertsgang genoemd, wanneer het metaal er in zulk eene hoeveelheid wordt aangetroffen, dat de gang met voordeel kan ontgonnen worden; dit hangt natuurlijk geheel van plaatselijke omstandigheden af, als de daggelden der mijnwerkers, de prijs der brandstoffen, de toestand der wegen of vervoermiddelen naar de