Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/688

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 268 —

laat stroomen, zoodat het zoowel onder als boven het gaas is, en het vervolgens van boven ontsteekt, het gas beneden het gaas niet ontbrandt, daar dit de vlam zooveel afkoelt, dat het gas geen voldoende warmte krijgt om te ontbranden.

Veiligheidslamp
Fig. 10. veiligheidslamp.

De inrigting van de lamp van davyis op deze eigenschap gegrond. Het is eene eenvoudige olielamp (fig. 10) waarop een koker van metaalgaas is geplaatst, van boven gesloten door een dubbel deksel van dit gaas, omdat het bovenste deksel dan nog voor gevaar behoedt, als het onderste doorgebrand is. Om den koker tegen beschadiging te beschermen, is hij door ijzeren staafjes omringd. De gaatjes van het gaas zijn ruim een halve streep wijd, en de gezamenlijke gaatjes het 59 gedeelte van het oppervlak des kokers. Door het lampje is een ijzerdraad gestoken, welke binnen den koker aan het einde omgebogen is, ten einde de pit te kunnen snuiten of uittrekken, zonder de lamp te moeten openen. Deze is veelal zoo groot dat zij 10 uren kan branden.

Men heeft ook veiligheidslampen met dubbele gazen kokers, waarin de vlam zoo afgekoeld wordt, dat men daarmede met zekerheid op de gevaarlijkste plaatsen kan gaan. In den koker is een spiraalvormig opgerold platinadraadje, hetwelk in het gas blijft gloeijen, nadat de lamp is uitgebluscht, en dat licht genoeg geeft, om den weg te kunnen vinden in de duistere mijngalerijen.

Deze lampen zijn later verbeterd; het geringe lichtgevend vermogen, een van hare grootste gebreken, heeft men getracht door spiegels of lenzen te versterken, en enkele of dubbele glazen cylinders in den koker geplaatst, om meer zekerheid te krijgen tegen het ontbranden van het gas buiten den koker. Wij kunnen daarover hier echter in geene verdere bijzonderheden treden.

Indien men met eene veiligheidslamp op eene plaats komt, waar de lucht, met koolwaterstofgas in genoegzame hoeveelheid vermengd is, ontbrandt het gas binnen den metalen koker, maar tevens wordt de vlam door het gaas zoo afgekoeld, dat het gas buiten den koker