Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/695

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 275 —

in aanraking waren geweest, begonnen zij plotseling en hevig te branden.

Indien eene kolenmijn in brand geraakt, moet het brandende gedeelte door zooveel mogelijk luchtdigte muren van steenen, leem of zand afgesloten worden, ten einde den toevoer van de voor de verbranding noodige lucht te verhinderen; dit werk is moeijelijk en gevaarlijk en gelukt niet altijd; kolenlagen, welke op die wijze tien jaren lang afgesloten waren geweest, zijn daarna geopend en nog brandende bevonden. Somtijds is men genoodzaakt de mijn zoo mogelijk onder water te zetten.

Onlangs vonden wij een merkwaardig voorbeeld opgeteekend van het blusschen van eenen brand in eene steenkolenmijn twee uren van Stirling in Schotland gelegen. Deze brand woedde reeds gedurende dertig jaar over eene uitgestrektheid van ruim 10 bunders; men had vruchteloos getracht den brand door muren en andere middelen uit te dooven en daaraan ƒ 200 000 besteed; de galerijen lagen daartoe te digt bij den grond, gemiddeld op slechts 36 el, maar op vele plaatsen veel digter, zoodat de brand door scheuren en spleten in den grond en door 21 niet volkomen luchtdigt geslotene putten voldoenden toevoer van lucht ontving. De Graaf van mansfield, eigenaar der mijn, riep den raad in van den heer garney, die reeds vroeger minder belangrijke branden had gebluscht, ten einde zijn eigendom van 2½ millioen gulden waarde te redden.—De heer garney liet eenen oven maken, daarin coaks gloeijen en dampkringslucht over de gloeiiende coaks strijken; de zuurstof van de lucht verbond zich met de koolstof der coaks tot koolzuur; dit gas werd met de stikstof der lucht door een stoomwerktuig met kracht door eenen der putten in de brandende mijn gespoten;—deze bewerking werd drie weken lang voortgezet, 226 000 kub. el van deze gassen waren toen in de mijn gebragt en deze was er geheel mede gevuld, want de gassen stroomden door spleten en scheuren uit den grond; men was nu zeker dat het vuur uitgedoofd was, omdat dit niet kan branden in eene lucht welke met zooveel koolzuur en stikstof vermengd is; de mijn moest nu afgekoeld worden, omdat anders de nog sterk verhitte kolenlagen na het openen der mijn weder zouden gaan branden. De heer garney liet daarom de uitdoovende gassen met waterdamp vermengd in de