Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/729

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 309 —

weder te verlaten. Dit alles is door stippellijntjes in de doorsnede aangeduid. Ik twijfel niet, of de kagchel zal, met deze kleine verbetering, in den aanstaanden winter haren pligt doen, en ik zal er steenkolengruis, zoowel als alle andere brandstoffen, in kunnen bezigen.

Bedrieg ik mij niet in mijne verwachting te dien opzigte, trekt dus de kagchel goed, dan zal zij, wat zuinigheid aangaat, weinig achterstaan bij de "zuinige kagchels" bij uitnemenheid, de zoogenaamde circuleerkagchels, gelijk er hiernevens eene, van kleine soort, afgebeeld is.

Circuleerkachel

Men ziet daaruit, en uit de bijgevoegde doorsnede, dat deze naam hier niet al te letterlijk moet genomen worden, zoo hij juist zal zijn; want de warme lucht circuleert niet, in den strikten zin, in deze kagchels; zij gaat alleen door den stander links van den vuurhaard naar boven in de tweede afdeeling, en trekt daarna, door den stander regts, in de derde,—waar zij eindelijk in de pijp trekt. Dit is evenwel genoegzaam om haar allengs al hare warmte aan de wanden dier gangen te doen afstaan, vóór zij den schoorsteen bereikt; reden, waarom juist deze kagchels teregt onder de zuinigste, die men voor groote localen gebruiken kan, gerangschikt mogen worden. Maar, gelijk ik dezer dagen door eenen in en buiten ons land beroemden natuurkenner zoo treffend als waar hoorde opmerken, alleen bij inrigtingen, door de natuur