Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/740

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

W E S T - A Z I E,

HET VADERLAND DER MEESTE EUROPEESCHE GEWASSEN.

 

 

Het bovenstaande denkbeeld is, met betrekking tot de voornaamste ooftboomen, granen, peulvruchten en andere der meest nuttige gewassen, als ook met betrekking tot de huisdieren, reeds voor vele jaren voortreffelijk uiteengezet in het werk van link, De Voorwereld en de Oudheid, in twee deelen in 8°., uitgekomen in 1822 te Amsterdam bij Gebr. diederichs, een werk, dat ook aan Godgeleerden ter lezing verdient aanbevolen te worden, als strekkende ter bevestiging van een deel der H. Schrift door het licht der Natuurkunde. Het is sedert nader bevestigd door de onderzoekingen van wagner over den Ararat {zie Botanische Zeitung III, pag. 70 en 71). Alle de bosschen, welke deze Reiziger in de hooglanden van Armenie zag, bestonden uit boomen, welke ook in Midden- en Noord-Europa groeijen. Beuken, eiken, ratelpopulieren, eschdoorns, sparren, enz. waren daar het menigvuldigst. Gewassen van zuidelijker oorden komen in dit koele bergland niet voor. Op de hoogten van den Ararat zelven (waar bijna geen bosschen zijn) vindt men denzelfden plantengroei, als op de Europeesche Alpen; ja men ziet op den Ararat geen enkel plantengeslacht, dat ook niet op de Zwitsersche Alpen vertegenwoordigd wordt. Reeds tournefort, een der eerste Europeesche kruidkundigen, die den Ararat bezocht, stond verbaasd over de groote overeenkomst, welke de plantengroei op het hoog gebergte hier met dien op de gebergten van Midden-Europa vertoonde.

Over den Aziatischen oorsprong van eenige boomen, die in ZuidEuropa algemeen gekweekt worden, zoo als de Oostersche Plataan (Platanus oriëntalis[1]) de Olijf, de Vijgenboom, de Granaat, de Pistacheboom (Pistacia vera, waarvan de vruchten onder den naam van pistaches in Zuidelijk Europa veel gegeten worden) en de Cypres (Cupressus sempervirens), vindt men vele berigten, onder anderen in het elfde Deel van het groote werk van ritter, die Erdkunde im Verhaltniss zur Natur, Berlin 1844.

v. H. 
 

 
  1. In Nederland is de Westersche Plataan (Platanus occidentalis), uit Noord-Amerika afkomstig, véél algemeener dan de Oostersche.—De laatste heeft fijner-ingesneden blad.