Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/76

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 52 —

rende, het zelfde koomt te verhinderen, van zes uiren des Avonds, tot acht uiren des Morgens, zonder ophouden, werdende alsdan hetzelfde, door d'aankoomende warmte der zonnestraalen, de vochtigheit verteerende, verhindert, ende daarnaa, door 't afnemen van dien, tegen den Avondt, op nieuw verquikt, ende in hare kracht alzoo vermeerdert wordende, wederom geheel vernieuwt, inzonderheit als men deze van onderen, voor de Middag, wel met Water verziet: want hoe meerder zij naa zich trekt, hoe meerder zij wederom door haar Bladeren uitwerpt.

"Dit wonder der Natuire zal den goedgunstigen Leezer, zonder twijfel niet alleen vremt, maar ook veel ligt ongeloofelijk schijnen, hoewel het nochtans in der daad waarachtig en zeeker, ook zoo meenigmaal van zoo veel eerlijke en fraaije Lieden, in mijnen Hof gezien, ende met verwonderinge bekent geworden is, haar het selfde aangeweezen hebbende; doch indien jemant hier aan evenwel koomt te twijfelen, die cultivere dese Plante op genoemde maniere, ende hij sal het alsoo, en niet anders te weesen, selfs bevinden ende voor oogen zien."

Een gelijk verschijnsel is gezien bij meer planten uit de groep der Aronskelken, bij vele planten met kolossale bladen en spitse punten, waarbij zich het uitgezweet vocht als 't ware verzamelt aan den top des blads. Het zal, na al de aangevoerde daadzaken en voorbeelden, wel niet meer noodig zijn om nog te betoogen, dat de verdamping aan de oppervlakte aanzienlijk is, en dat met deze vele verrigtingen van de planten op het naauwste te zamen hangen.

Laat ons dit laatste nu nog door de volgende bewijzen en voorbeelden staven.

Men heeft opgemerkt, dat in die landen, waar de jaargetijden geregeld afwisselen, waar warmte en koude elkander vervangen, ook de stammen en takken geregeld in dikte toenemen. Snijdt men ze in horizontale rigting door, dan bemerkt men kringen, die elkander insluiten. Het is met zekerheid aangetoond, dat er elk jaar een zoodanige kring gevoegd wordt bij de reeds aanwezige. Dit maakt den dikte-aangroei van den stam. De tijd, waarop de eigenlijke verdikking van de stammen voornamelijk plaats heeft, is bij ons te lande