Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/800

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 380 —

zwerm uitmaken, welke in 't midden van Junij uit den bijenkorf wegtrok. Op den 1 September zullen wij bevinden, dat de bevolking, die oorspronkelijk 20,000 was, ver beneden dat cijfer blijft en niet meer dan 12000 bedraagt, terwijl de oude koningin, na de nieuwe volkplanting gevestigd te hebben, meer dan 12,000 jongen heeft voortgebragt. Er is dus geene reden om te veronderstellen, dat deze bevolking niet uit de jonge bijen bestaan zal, en dat het geheele aantal van bijen, dat den bijenstok als zwerm verliet, gestorven is, om door jonge bijen te worden vervangen.

Men ziet dus, dat de onderzoekingen van desborough eigenlijk berusten op eene berekening der geboorten en der sterften van de bijen. En hoezeer het nu niet bewezen is, zooals hij doorgaande schijnt te veronderstellen, dat juist de vroegst geborene allen onder de gestorvenen zullen zijn, is er echter geen grond om niet aan te nemen, dat zulks met bijkans allen het geval zal wezen. De bijen maken alzoo geene uitzondering op de overige insekten, en leven (de koningin uitgezonderd) slechts eenige maanden in den volkomen toestand. Insekten, die lang leven, brengen gewoonlijk een' langen tijd als maskers en nymfen door. Na de laatste gedaantewisseling leven de insekten over 't geheel slechts kort. Maar dat de duur van het tijdperk eigenlijk niet met juistheid bepaald kan worden, en dat zelfs bij die soorten, waar hij gewoonlijk zeer kort is, die tijd door toevallige omstandigheden kan worden verlengd, heeft de waarneming van anderen en van mij zelven, onder anderen bij haftsoorten, geleerd. De dood des ouderdoms is overigens in de natuur zeer zeldzaam. Allerlei schadelijke invloeden of de vervolging van andere dieren maken gewoonlijk reeds een veel vroeger einde aan het leven der dieren, dan het buitendien zou kunnen bereiken.

De schrijver knoopt aan deze beschouwingen praktische wenken. Wanneer men zijn bijenstal niet vermeerderen wil, is het dan voordeeliger den ouden stok te behouden of den zwerm? De schrijver meent, dat het voordeeliger is den ouden stok te behouden en den zwerm, door zijne koningin afzonderlijk op te vangen en te dooden, weder in den korf terug te brengen. Bekend toch is het voordeel van sterke