Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/176

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 162 —

65°,8 en 61°,3, terwijl de grootste warmte soms tot 77° F. bedraagt. In dezen korten, schoon betrekkelijk warmen zomer, ontdooit de bodem nimmer dieper dan tot op drie voet, en desniettegenstaande vindt men aan de oostzijde der stad groote Larix-bosschen, waarvan men het ter naauwernood betwijfelen kan, of zoowel de geheele stam als de op eeuwigdurend ijs rustende wortels, moeten des winters, derhalve het grootste gedeelte des jaars, door en door bevrozen zijn.

Uit deze feiten volgt ontegenzeggelijk, dat het plantenleven tot volkomen stilstand kan geraken, zonder dat daarom nog gezegd kan worden dat zulke planten dood zijn. Zoodra toch alle de sappen in eene vaste ijsmassa veranderd zijn, houdt ook noodzakelijk alle beweging op. Inderdaad is vloeibaarheid van een gedeelte der ligchaamsdeelen een volstrekt vereischte voor alle stofwisseling. Een organisme, alleen uit vaste weefsels en stoffen zamengesteld, zonder eene bemiddelende vloeistof, welke stoffen in opgelosten toestand bevat, waaruit nieuwe weefsels kunnen ontstaan, en waardoor tevens de onderscheidene deelen van het geheel onderling in verband worden gebragt, zulk een organisme kan op deze planeet, naar de kennis die wij van de haar bewonende organische wezens hebben, onmogelijk leven. Leven veronderstelt beweging, beweging veronderstelt vloeibaarheid.

Behalve door bevriezing, kunnen de planten hare vloeibare sappen ook verliezen door uitdrooging, waarbij derhalve het vocht zelf verdwijnt en alleen de vroeger daarin opgeloste vaste bestanddeelen achterblijven. Een treffend voorbeeld hiervan leveren de zaden der planten. Hier werd een sluimerend leven gedurende eenige maanden gevorderd, zouden de zaden kunnen beantwoorden aan hunne bestemming, de instandhouding en voortplanting der soort. Van alle deelen, welke eene plant zamenstellen, bevatten dan ook de rijpe zaadkorrels de geringste hoeveelheid water, en deze hoeveelheid vermindert later nog, gelijk ieder weet, nadat zich de zaadkorrels van de plant hebben afgescheiden. In iederen tuin is het opzettelijk droogen van verschillende zaden een der jaarlijks terugkeerende bezigheden. Elke zaadkorrel nu bevat eene kiem, en deze kiem is eigenlijk reeds een klein plantje, waaraan men de hoofdorganen der volwassen plant, hoewel in niet ontwikkelden vorm, kan herkennen. De kieming van