Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/221

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 207 —

mikroskoop, beschouwd. Men kan zich ligtelijk overtuigen, dat de aardsche oogbuis niet anders dan een zamengesteld mikroskoop is, zoo men haar bij den rand h afschroeft, en door haar willekeurige voorwerpen, b.v. letters in een boek, beschouwt. Om die letters duidelijk te zien, moet men haar op eenen afstand van 17 Ned. strepen verwijderen van de platte buiten-oppervlakte van het glas n, dat aan het uiterste einde van de buis is geplaatst, en men ziet dan die letters zeer scherp en zuiver, omtrent 10 malen vergroot, het onderst boven staan. Die vergrooting is voor den kijker geschikt, maar te gering om de oogbuis als mikroskoop wezenlijke diensten te doen bewijzen. De oogbuis moet nu, bij de beschouwing van voorwerpen door den kijker, natuurlijkerwijze ook zoodanig gesteld worden, dat de platte oppervlakte van het glas n 17 Ned. strepen verwijderd zij van de lijn l m, in welke het beeld wordt gevormd. Even als de letters op het papier, moet dat beeld worden omgekeerd, en het wordt regtstandig, daar het in zich zelf reeds omgekeerd was. De glazen n en o, die in een afzonderlijk buisje zijn geplaatst, dat zich aan het eene uiteinde der oogbuis laat uitschroeven, dienen alleen om het omgekeerde beeld, bij l m, regtstandig te maken. De glazen p en q maken te zamen een zamengesteld vergrootglas uit, waardoor het tweede beeld beschouwd wordt. Deze glazen zijn in een bijzonder buisje gevat, dat zich laat uitschuiven, als men den oogdop, bij i, van de geheele oogbuis heeft afgeschroefd.

De zakkijkers van molteni die ik beschreven heb, geven, met hunne aardsche oogbuizen, eene vergrooting van omtrent 25 malen. De vergrooting van eenen kijker drukt uit, hoe veel malen hij de lengte-afmetingen der voorwerpen grooter vertoont, dan die met het ongewapend oog worden waargenomen. Door eenen kijker die 25 malen vergroot, ziet men alzoo b.v. de middellijn der maan 25 malen grooter dan met het ongewapend oog, en dus hare oppervlakte 25 maal 25 malen, dat is, 625 malen grooter. De vergrooting, die molteni aan zijne zakkijkers heeft gegeven, is voor de beschouwing van ver verwijderde aardsche voorwerpen zeer geschikt, vooral als men daarbij den kijker los in de hand moet houden,