Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/231

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 217 —

mij niet toe te handelen over de wijze, waarop de vergrooting van eenen kijker naauwkeurig bepaald kan worden, maar ik mag toch niet nalaten eene eenvoudige handgreep te vermelden, door welke men die vergrooting, althans redelijk naauwkeurig, bepalen kan. Men trekke op eenen muur, op eene schutting, of op eene lange lat, een zestigtal korte breede strepen, die, zoo naauwkeurig mogelijk, even ver van elkander verwijderd zijn. Op eenen afstand van die strepen, zoo groot dat men haar met het bloote oog nog duidelijk van elkander kan onderscheiden, stelle men den kijker op. Nu beschouwt men die strepen met het eene oog door den kijker, en tevens, onmiddellijk met het andere oog, langs den kijker. Men ziet alzoo het vergroote beeld van die strepen door den kijker, en tevens die strepen zelve, met het ongewapend oog, zonder dat het een het ander hindert. Nu telle men, hoevele der tusschenruimten tusschen twee op elkander volgende strepen, met het bloote oog gezien, bedekt worden door eene enkele dier tusschenruimten zoo als deze zich door den kijker vertoont, en dit getal geeft de vergrooting van den kijker. Heeft men geene gelegenheid om zich eene verdeeling te maken, die, op een' grooten afstand van den kijker voor het bloote oog zigtbaar is, zoo kan men zich, evenwel niet zonder iets van de naauwkeurigheid op te offeren, van dakpannen of van steenen in denzelfden muur bedienen. Men zal zich op die wijze althans ligtelijk kunnen overtuigen, of de sterrekundige oogbuis, aan eenen zakkijker van molteni toegevoegd, al of niet de vereischte vergrooting van ten minste vijftig malen heeft. De sterrekundige oogbuis moet ten minste twee malen zoo veel vergrooten, als de aardsche, en men zal ligtelijk kunnen beoordeelen of dit zoo is, door de uitgestrektheid, welke hetzelfde voorwerp aanneemt als het door den kijker met de eene en met de andere oogbuis beschouwd wordt, te vergelijken bij de voorwerpen, die tevens met het andere oog onmiddellijk worden waargenomen.

Een kijker die 50 of 60 malen vergroot, kan, zonder voet, voor de beschouwing van hemellichten niet gebruikt worden. De gewone metalen voeten voor kijkers zijn zeer kostbaar, en, voor zoo ver