Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/239

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 225 —

en ik zoude mij hier kunnen bepalen bij de herhaling van hetgeen ik reeds vroeger heb gezegd, dat de hier beschrevene zakkijkers van molteni de evengenoemde uit München merkbaar overtreffen. Ik wil echter nog kortelijk aanstippen, wat, door mij en anderen, door eenen zakkijker met eene sterrekundige oogbuis van molteni, aan den hemel is gezien. In den zomer van het verledene jaar heb ik mij dikwijls met de beschouwing van de zon, door zulk eenen kijker, vermaakt, en zag dan, zoo dikwijls als zij aanwezig waren, niet slechts de zonnevlakken, maar ook de zonnefakkelen, die zoo veel moeijelijker waar te nemen zijn, in eene treffende schoonheid. Hetzelfde kan gezegd worden van de bergen en dalen, de eigenaardige tinten en lichtstrepen op de maan, als die bij gepaste schijngestalten der maan beschouwd worden. De schijngestalten van Mercurius en Venus laten zich door zulk eenen kijker zeer schoon waarnemen. In den zomer van het verledene jaar kon ik, door zulk eenen kijker, niet slechts de strepen op de schijf der planeet Jupiter, maar zelfs oneffenheden in die strepen zeer duidelijk onderscheiden. Het is klaar, dat de wachters van die planeet zich door zulk eenen kijker als heldere sterren moeten vertoonen. Onder gunstige omstandigheden vertoont hij den heldersten wachter van Saturnus zeer duidelijk, en, laat hij niet toe den ring van die planeet in al zijne bijzonderheden te bespieden, den ring zelven laat hij zeer ligt erkennen. Uranus en Neptunus vertoonen zich door zulk eenen kijker als heldere sterren, en hij doet al de sterren, ook die tusschen de negende en tiende grootte, duidelijk onderscheiden, die op het kaartje zijn aangewezen, dat ik gewoon ben aan mijn Sterrekundig jaarboek toe te voegen, om daardoor het opsporen der planeet Neptunus te verligten. Ik heb, met zulk eenen kijker, de fijne dubbele sterren ɛ en No. 5 in het sterrebeeld de Lier duidelijk ontbonden gezien, hoezeer de eene uit sterren bestaat, die naauwelijks meer en de andere uit sterren die nog minder dan drie secunden van elkander verwijderd zijn. Ook de heldere nevelvlekken, zoo als die in Orion en in Andromeda, worden treffende verschijnselen, als zij door zulk eenen kijker worden waargenomen. Onze zakkijkers van molteni zijn zekerlijk niet te vergelijken bij kijkers die