Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/323

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 309 —

ontstaan. -— Het weefsel der bladen gaat tot verrotting over en de plant is verloren.—Niet altijd echter komen die kiemkorrels van buiten op de kultuurplanten aanwaaijen; somtijds ontwikkelen zij zich in de planten en komen uit de opperhuid te voorschijn, zooals bij den Brand en het Zwart (Uredo) in de Tarwe, en bij het Moederkoorn (Sclerotium Clavus). Men heeft wel eens gemeend, dat de Brand in onze granen en het Moederkoorn, dat hoornvormige uitwas der Rogge-aren, ziekelijke voortbrengsels van de planten zelve waren, en men is met die meening zelfs zoo ver gegaan, dat men alle ziekten der kultuurplanten op eene dergelijke wijze wilde verklaren.

De vooronderstelling was, dat die ziekten haren oorsprong hebben in eene overdrevene voeding; dat de hoeveelheid voedingstoffen, die men met den mest in den grond bragt, in sommige gevallen voor de kultuurplanten te rijk zoude zijn, zoodat deze daardoor gedwongen werden om, behalve hare gewone cellen, ook nog een aantal buitengewone cellen te vormen, die als Brand, Zwart, Moederkoorn of aardappelziekte te voorschijn traden. Men gaf dus aan den landbouw de schuld van de rampen, die in de laatste jaren zoo onophoudelijk op hem zijn nedergedaald.

De ondervinding echter heeft getoond, dat deze redenering slechts toepasselijk is op sommige andere ziekten, die in het plantaardig weefsel ontstaan; maar dat de zoogenaamde epidemiën in de granen, druiven, volgens sommigen ook der aardappelen, enz., die in den jongsten tijd zoo hevig gewoed hebben, de gevolgen zijn van woekerende schimmels.—Immers, proeven hebben aangetoond, dat de zaden van granen, die met de kiemkorrels van den Uredo bestoven waren, wanneer zij later tot plant ontwikkeld zijn, den brand krijgen, en dat bij granen die vóór de zaaijing in eenige bijtende stof waren geweekt geweest, de ziekte zich niet vertoonde; dat dus de schimmel reeds vroeg als kiemkorrel in het plantje dringt om naderhand uit de opperhuid te voorschijn te komen.—Bij de druivenziekte heeft de beroemde hugo von mohl waargenomen, dat zich eerst de schimmel en daarna de verrotting in bladen en vruchten vertoont, en derhalve deze schimmel (Oïdium Tuckerii) de oorzaak der ziekte is. En bovendien, wanneer de overdrevene kultuur oorzaak ware van de zoogenaamde