Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/328

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 314 —

levenswijze de merkwaardigste vogel der Alpen. De Zwitsersche Baard- of Lammergier is veel grooter dan die, welke het Sardinische gebergte, de Appenijnen of Pyreneën bewoont, en wijkt ook geheel af van den Afrikaanschen of Siberischen. Klaauwen, pooten, snavel en vleugels zijn allen veel krachtiger dan die der genoemde soorten.

Men heeft echter nog niet genoeg opmerkingen kunnen maken om wetenschappelijke klassificatiën te vormen.

Vroeger bewoonde deze grootste der Europesche roofvogels alle deelen der Hoogalpen; zijne geringe voortteeling en de veelvuldige jagten hebben hem echter zeer in aantal doen verminderen, zoodat hij nog wel geregeld nestelt in de gebergten van Tessin, Graauwbunderland, het Waadland en Bern, doch zich maar zelden en dan nog eenzaam in de overige kantons vertoont.

In het kanton Unterwalden werd de laatste den 21 September 1851, op den Alzerberg geschoten. In eene streek van het Grindelwald, zag men gedurende eene reeks van jaren op bepaalde tijden regelmatig eenen ouden Gier op eene geweldig groote rots zitten. Hij was met kogels niet te bereiken en zijne zitplaats ontoegankelijk. De oude alpenherders kenden hem zeer goed en waren gewoon hem das alte Weib te noemen.

Nog in het begin dezer eeuw was er weinig met zekerheid omtrent de natuurlijke geschiedenis van dezen merkwaardigen vogel bekend. De groote buffon bragt hem eenigzins tot het geslacht der Kondors. De duitsche natuuronderzoeker steinmüller gaf van hem eene zijner zorgvuldige beschrijvingen; na hem werden verschillende onderzoekingen in het werk gesteld, en toch is er nog veel dat niet volkomen is opgelost en moeten sommige opgaven niet dan met behoedzaamheid worden aangenomen.

Men noemt dezen bewoner der Hoogalpen eigenlijk ten onregte Gier; hem ontbreken, behalve den naakten kop, nog verschillende andere kenmerken der Giersoorten, en met meer regt zou hij Gierarend heeten (Gypaëtos.) Even zoo als bij de meeste groote roofvogels, is ook bij deze soort het wijfje altijd grooter dan het mannetje. Een geheel volwassen Gier is dikwijls meer dan 4½ voet lang en beslaat met uitgespreide vleugels eene ruimte van 9 tot