Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/341

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 327 —

Bourbon en Ile de France, en de struizen van Amerika hebben dergelijke vederen ook aan de vleugels, ofschoon bij hun de staart, zoo als bij de Kasuarissen en andere soorten, eigenlijk ontbreekt en door de lange stuitvederen vervangen wordt.

De bek van den Afrikaanschen struis is breed en plat. Zijn kop is, naar evenredigheid, klein; de hals zeer lang; hij is hoog op de pooten, en zijne voetwortels en teenen zijn zeer krachtig. De teenen, waarvan de buitenste zonder nagel is, zijn aan de bovenzijde, en de voetwortels aan de voor- en achterzijde, met schilden, voor het overige, met schubben bedekt. De schenkels, de kop en de eerste twee derden van den hals zijn geheel of grootendeels van vederen ontbloot en roodachtig van kleur, zoo als de pooten; de vederen ten minste, welke den kop en hals bekleeden, zijn haarachtig en staan zeer enkel. De hoek des vleugels is met eenen doorn voorzien. De groote vleugel- en staart vederen zijn witachtig; alle overige vederen zijn bij de oude mannetjes fraai zwart, bij de jongere vogels bruin- of grijsachtig. De geheel jonge voorwerpen zijn met grijsbruine haarachtige vedertjes bedekt, die op den zwartgestreepten hals kort, op den rug lang en met zwarte en witte vedertjes gemengd zijn.

De struis heeft, wanneer hij opgerigt staat, eene hoogte van omstreeks zeven voet, en zijn voetwortel is anderhalve voet lang. De lengte van den geheelen kop tot aan de punt van den bek bedraagt hoogstens twee derden van eenen voet.

De struisvogel was aan vele volkeren der oude wereld bekend. Men houdt het er voor, dat dit de Jaana is, welke in de Heilige Schrift (3 Moses XI vs. 16; Jesaias XIII vs. 21 en Micha I vs. 8) genoemd wordt. Herodotus, xenephon, aristoteles, plinius en andere klassieke schrijvers spreken van dezen vogel, en de oude Romeinen bragten dikwijls levende voorwerpen naar Rome. Sommigen hebben zelfs beweerd, dat de struis ook in Arabië, Indië en tot aan de Zwarte zee voorkomt, maar deze opgaven werden door alle latere onderzoekingen wederlegd: men moet derhalve vooronderstellen, dat zij onjuist zijn, of dat deze vogel in voornoemde streken, zoo als dit ook in Egypte, in de omstreken van de Kaapstad en andere bewoonde kuststreken plaats had, reeds vroegtijdig werd uitgeroeid.