Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/365

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 351 —

klasse der vogels opgemerkt worden. Hare verspreiding over de oppervlakte, en de beperking der meeste soorten op, naar evenredigheid zeer kleine plekjes van onzen aardbol, zijn verschijnsels, van welke de in onze verbeelding zoo ver gevorderde wetenschap nog niet de minste rekenschap vermag te geven.—En zoo geraken wij ook bij deze beschouwing wederom tot de uitkomst, dat onze, aan de stof gebondene en slechts door middel van stoffelijke werktuigen met de buitenwereld verkeerende geest, overal terugstuit, wanneer hij de eindoorzaken der geheimzinnige wonderen van de schepping wil verklaren. Gelukkig hij, die geleerd heeft te bewonderen, waar hij niet kan verklaren! Wij, ten minste, hebben ons, ook bij het schrijven dezer regelen, verheugd over de oneindige verscheidenheid, welke de natuur tot in het kleinste bestek ten toon spreidt, en onze vreugde zoude ongestoord geweest zijn, indien wij niet overal op onze wandelingen den mensch moesten ontmoeten, die onbarmhartig en onverstandig vernielt en uitroeit, hetgeen niet weder kan worden geboren, en dagelijks voortgaat met de harmonie in de schepping te storen, in plaats van te trachten die in stand te houden, zoo als het hem, als den meester der aarde, betaamt.