Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/548

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 138 —

En welk een rijkdom van genot brengt de stereoskoop niet aan, wanneer hij als middel wordt aangewend, tot het vereeuwigen der voortbrengselen van menschelijk vernuft of smaak.

Thans reeds doet hij de voornaamste gebouwen en gedenkteekenen, benevens de fraaiste gezigten uit Parijs, Londen en Rome, de bevalligste grotten met hunne waterwerken enz. voor onze oogen verrijzen. Er bevinden zich in eerstgenoemde steden reeds eene menigte werkplaatsen, waar men zich uitsluitend bezig houdt, om, door middel der chambre obscure, photographische teekeningeu te vervaardigen, op zilveren platen, op papier, of wel op collodion of eiwit (albumine), dat op glazen platen, in zeer dunne lagen verspreid is. In verschillende oorden van Europa hebben deze fabrijken hunne photographen, om door het licht afdrukken te doen maken van het meest merkwaardige, dat in hunne nabijheid gevonden wordt. Bezit men slechts een enkel stel dezer afdrukken, dan vermenigvuldigt het licht deze op papier of glas honderden malen. Geschiedt dit op glas, of liever op de laag collodion of eiwit die, met eene zilveroplossing gedrenkt, er over verspreid ligt, dan zijn de beelden doorschijnend, en worden inden stereoskoop bij doorvallend licht beschouwd. Sommige photographische werkplaatsen leggen er zich alleen op toe, om de gipsen modellen van de vermaardste beeldhouwwerken stereoskopisch af te beelden. Alzoo is die kunst reeds een belangrijke tak van industrie geworden, en is de verspreiding dier kunstprodukten nog niet zeer algemeen, zij zal het zeker worden, indien de prijs er van zoo laag kan worden gesteld, dat ook onbemiddelden er zich van kunnen voorzien. Intusschen is dit niet spoedig te verwachten, daar elk exemplaar reeds tegen betaling van slechts twee tot vier gulden afgeleverd wordt.

Het is inderdaad opmerkelijk en verwonderlijk, dat de stereoskoop, gedurende 15 jaren, die er na zijne ontdekking verliepen, van de hulp der photographie verstoken bleef. Zonder die hulp zou men nooit die naauwkeurigheid in de dubbele teekeningen, nooit dat verrassend effect verkregen hebben, waarin men zich thans kan verheugen. Hij, die weet, dat de daguerreotypie slechts aan