Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/618

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 208 —

Het voorwerp, dat ik in October 1854, omstreeks 14 dagen in levenden toestand waargenomen heb, was met Campèche-hout toevallig naar Europa gekomen. Van eene dergelijke overbrenging naar Frankrijk gewaagt latreille[1]. Wat mijn voorwerp betreft, het schijnt reeds als kever in Europa te zijn gekomen en niet in den toestand van masker of pop. Reeds verscheiden weken had het in ons land geleefd vóór dat het mij gegeven werd.

Wanneer het insekt begon te lichten, 't geen van den wil des diers afhing, maar steeds door aanraking en daarop volgende beweging van het dier werd opgewekt, worden de gele vlekken helder blaauwgroen, even als de schoonste smaragd-kristallen. Weldra ging dat groen in een schitterend geelgroen en eindelijk in een zeer levendig geel over. Ik twijfel er niet aan, of dit licht, zoo het niet tot zulke kleine plekken beperkt was, zou voor het oog vermoeijend en bijna verblindend wezen. Het licht kon duidelijk ook bij helderen dag, of in eene met vele gazvlammen verlichte zaal worden waargenomen, maar in den duister was natuurlijk het verschijnsel fraaijer en treffender. Ik ben er in geslaagd, om er gedrukt schrift mede te lezen, evenwel alleen in de nabijheid van de lichtgevende plekken, zoo dat men het insekt in de hand zou moeten vatten en langs elken regel voortschuiven, wanneer men daarmede achtereenvolgens eenig schrift lezen wilde.

Ik heb eenmaal beproefd of het licht in zuurstofgas levendiger werd; deze proef viel onbevredigend uit. Even onzeker ben ik omtrent de warmte-ontwikkeling, die ik in de onmiddelijke nabijheid der vlekken meende te bespeuren. Het subjectief gevoel is zeer bedriegelijk; dadelijk onderzoek met den multiplicator scheen echter dit vermoeden te bevestigen; maar later, toen de proeven herhaald zouden worden om tot eene stelliger uitkomst te geraken, was het insekt reeds gestorven. Ik maak er alleen melding van,


  1. "Un individu de cette espèce, transporté à Paris, dans du bois, en état de larve ou de nymphe, s'y est métamorphosé, et a excité, par la lumière qu'il jetait, la surprise de plusieurs habiants du faubourg Saint-Antoine, témoins de ce phénomène inconnu pour eux." Cuvier, le Règne animal, distribué d' après son organisation, nouv. éd. 1829 IV, p. 455.