Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/622

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

LICHTBEELDEN

DOOR

Mr. J.A. VAN EIJK.

 

 

S, en nog eens spoed, ziedaar het heerschende kenmerk dezer eeuw, den band, welke alle uitvindingen van dezen tijd, hoe ver- schillend van aard zij mogen zijn , te zaraen strengelt. Men vindt dat karakter van spoed in de toepassing der warmtekracht , als de stoom het vaartuig tegen wind en stroom over den oceaan heenvoert, of als de stoomwagen, met duizelingwekkende snelheid, de afstanden schier vernietigt. De electriciteit is de bliksemsnelle bode geworden van de menschelijke gedachte, en als de minnaar in verrukking de beeld- tenis zijner geliefde bewondert, of de treurige gade met diepen weemoed de trekken van den voor haar te vroeg ontslapen' echt- genoot aanschouwt: ziet, die sprekende gelijkenissen, welke niets dan waarheid bevatten, zij zijn het werk van één oogenblik, zij zijn door het licht zelf gepenseeld.

Merkwaardig voorzeker is deze overeenkomst in de toepassing dezer drie voorname natuurkrachten , en meer dan genoegzaam om aan te toonen , dat zij niet bij toeval , of van den menschelijken wil afhankelijke ontdekkingen zijn , maar wel uitvloeisels van een verheven bestuur, dat op daarvoor bestemde tijden, den mensch veroorlooft eene diepere kennis van de natuur te verkrijgen , en deze tot zijn voordeel en genoegen aan te wenden.

Het ligt echter niet in mijne bedoeling dit denkbeeld , 't welk zich bij de eenigzins aandachtige beschouwing van 't gene rondom ons voorvalt, als van zelf opdringt, verder te ontwikkelen, maar ik wil mij in deze bijdrage eenvoudig bepalen tot eene beknopte beschouwing van de aanwending van het licht tot voortbrenging