Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/692

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 282 —

bloemblaauw onderscheidt, hoewel de vraag nog te beantwoorden is in hoeverre de roode, blaauwe en gele kleurstoffen in de ver- schillende bloemen met elkander overeenkomen.

Even als het bladgroen, liggen ook de andere kleurstoffen in cellen onder de opperhuid der bloem. Zij kunnen meer of min ge- makkelijk in alcohol of zwavel-ether opgelost en door chemische bereidingen zuiver verkregen worden. De roode en blaauwe kleur- stoffen zijn over het algemeen oplosbaarder dan de gele. Tot tech- nisch gebruik zijn de kleurstoffen der bloemen minder geschikt , daar eeiie bloem slechts betrekkelijk zeer weinig kleurstof bevat in verhouding tot hare oppervlakte. Onder de weinige bloemen, wier kleurstof in verwerijen gebruikt wordt, zijn de Saffloer (van Car- tliamus tinctorius) en de Saffraan (van Crocus sativus) de voor- naamste. Uit de eerste verkrijgt men eene rozeroode verwstof, uit de stampers der tweede het saffraangeel.

Maar de kleur der bloemen is dikwijls in overeenstemming met die kleurstof der celholten in de plant, welke, wanneer zij over- vloedig voorkomt, door ons als verwstof wordt gebezigd. Zoo draagt de boom die het campèche-hout geeft (Haematoxylon) gele bloemen, terwijl de bloemen van de Bixa Orellana, die eene roode kleurstof voortbrengt, rood gekleurd zijn. De boom die het sandel- hout levert (Santalum album) draagt roode, en de Meekrap, wier wortel oorspronkelijk eene gele kleurstof bezit, gele bloemen.

Men schrijft het ontstaan der roode kleur in de bloemen toe aan den invloed der in de plant aanwezig zijnde zuren, terwijl de wer- king der alkaliën de blaauwe en groene kleuren ten gevolge schijnt te hebben. Zoo zien wij , hoe papier , dat door lakmoes blaauw ge- kleurd is, door aanraking met een zuur rood wordt, terwijl een alkali, b. v. potasch of kalk, de blaauwe kleur weder herstelt. Dik- wijls, wanneer wij eene sigaar rookende langs een bloemperk wan- delen, valt liet ons in, om de roode bloempjes der Iberis umbellata aan onze zucht naar het vreemde op te offeren. Wij stellen ze eenige sekonden aan den onafgebroken tabaksdamp bloot en genie- ten daardoor het schouwspel van eene metamorphose der roode kleur in eene heldergroene. Onnadenkend doen wij alzoo eene proefneming,