Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/695

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 285 —

mensch ontstaan. Wanneer hij bij gelijksoortige planten het stuifmeel van donkere bloemen op heldere overbrengt of omgekeerd , dan is de mogelijkheid gegeven , dat uit het rijpe zaad van de kunstmatig bevruchte bloem eene plant met gestreepte of gevlekte bloemen ont- kiemt. Waar die strepen met losse bevalligheid over de bloem loo- pen , zoo als bij de Anjers en Tulpen , daar geven ons die bloemen een' teederen, bijna sentimentelen indruk. Merkwaardig is het, dat in de voorgaande eeuw, in den tijd van regte lanen en gebeeld- houwde hagen, in den tijd, toen de natuur in de menschelijke za- menleving bijna geheel door de .kunst verdrongen was, en het be- schaafd Europa eene eenzijdige conventionele rigting volgde, ook de fijngestreepte late Tulpen en Anjelieren in de hoogste achting stonden, en voornamelijk om hare fijne teekening werden gewaar- deerd. Eerst nadat bernardin de st. pierre met zijne wegslepende schilderingen was opgetreden, herleefde de liefde voor het echt natuurlijke, dat in onze eeuw het conventionele meer en meer verdringt. In dit opzigt is bernardin als hersteller der natuur in hare betrekking tot den mensch de voorganger van v. humboldt.

Tegenwoordig is de zucht naar fijne strepen in Tulpen en Anjers niet meer algemeen, en waar zij zich vertoont, slechts liet over- blijfsel van eene lang verdwenen rigting der beschaafde zamenleving. In onzen tijd acht men minder het fijn gestreepte van eene bloem, dan wel de eenheid en zuiverheid der kleuren, en, zijn er meerdere kleuren in ééne bloem aanwezig, de harmonische ineensmelting en het natuurlijk effect van het geheel. Hiervan zijn de Rhododen- drums onzer dagen uitmuntende voorbeelden.

Onafhankelijk van den heerschenden smaak, treedt het nationale karakter van den mensch bij het veredelen der bloemen sterk op den voorgrond. Zoo munten de duitsche Dahlia's het meest uit door vreemde en gloeijende kleuren, de engelsche door volmaakt- heid van vorm en de fransche door eene sierlijke houding. Wie eenigzins de karakters dier natiën heeft nagegaan , zal in de voort- brengselen van haar vernuft ook hier weder eene merkwaardigfe overeenkomst met dat karakter zien.

Maar wanneer de mensch kunstmatig door kruising en zaaijing