Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/739

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 329 —

slechts weinige maanden, verschenen. Telkens had zij een ander voorkomen aangenomen, en telkens had zij een geheel anderen weg aan Am hemel afgelegd. Eeeds onbeschrijfelijk groot was de ontdekking, aan de algemeene aantrekkingskracht verschuldigd , dat deze vermeende verschillende kometen hetzelfde ligchaam waren, dat zich, in omtrent 76 jaren, in eene zeer lange en langwerpige loopbaan oin de zon beweegt, en alleen gedurende een klein ge- deelte van eiken zijner omloopstijden, als het zich in onze na- bijheid bevindt, kan worden waargenomen. Veel grooter nog was echter het vermogen, door de sterrekunde aan den dag gelegd, toen de komeet, in het jaar 1835, op hare voorspelling, an- dermaal verschenen was. Het hemellicht, dat in het jaar 1759 het laatst, en gedurende slechts korten tijd, was waargenomen, begaf zich verder op afstanden van de zon en de aarde, op welke het, gedurende 76 jaren, ook voor het sterkst gewapend oog onzigtbaar blijven moest. In die diepte der onmetelijke ruimte bleef de sterrekundige het volgen met zijnen geest. Door de al- gemeene aantrekkingskracht voorgelicht, bespiedde hij al de bewe- gingen, die het had aangenomen en aannemen zoude, hoe zamen- gesteld die mogten wezen , en lang voor dat het oog eens stervelings een spoor van het naderend hemellicht kon ontwaren, voorspelde liij hoe en wanneer het andermaal zoude verschijnen, en bakende hij den weg af, dien het aan den hemel zoude doorloopen. De komeet had sedert hare laatste verschijning den storenden invloed der aarde en der overige planeten in ruime mate ondervonden, maar iedere van die storingen was met eene bewonderenswaardige juistheid bepaald, en het hemellicht vervulde alle voorspellingen, met eene volkomenheid, die niet kon nalaten ook op den meest gevoelloozen een' diepen indruk te maken. In nog hoogere mate hebben onderscheidene kleinere kometen getuigenissen van de vol- komenheid der tegenwoordige sterrekunde- afgelegd ; maar wilde ik al de getuigenissen aanvoeren, die daarvoor kunnen worden bijge- bragt, zoo zoude ik aan mijn schrijven in het geheel geen einde weten te vinden. Eene enkele moet ik echter nog in het geheugen mijner lezers terug roepen. Bij eene der planeten, met name Uranus,