Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/689

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

HOE MEN IN HET JAAR 1618 OVER KOMETEN DACHT EN SCHREEF,

NAAR AANLEIDING VAN EEN WERKJE, GETITELD:

Hemelsche Trompet Morgenwecker, ofte Comeet met een Langebaert, erschenen Anno 1618, in Novembri ende Decembri, ghestett door nicolaum mulerium, Doct. et Profess. in de Medicijnen, ende Mathematische consten in Groeninghen.

DOOR

A.T. REITSMA

 

 

Er is zeker in langen tijd geen verschijnsel aan den sterrenhemel waargenomen, hetwelk zoozeer de algemeene aandacht heeft getrokken, als de komeet, die zich in het vorige jaar met zooveel luister gedurende geruimen tijd aan den hemel heeft vertoond. Die zoo overgelukkig geweest is haar waar te nemen op het oogenblik, dat de schitterende ster Arcturus slechts weinig boven hare kern door haar lichtenden staart ging, zal wel zeker nimmer den indruk vergeten, welken dit zoo zeldzaam schouwspel op hem maakte.

De sterrekundigen hebben haar in de dagen harer verschijning tot het naauwgezet onderwerp hunner studiën gemaakt. Zij hebben met eene tot op minuut en seconde bepaalde juistheid den boog afgeteekend, dien zij heeft doorgeloopen van den oogenblik, dat zij het eerst aan een sterrekundige onder het oog viel, totdat zij eindelijk geheel buiten het bereik van de verst doordringende teleskopen verdween in de onmetelijke ruimte des heelals. Zij hebben uit dien boog, welken