harde kiezelpantsers als de schelpdieren, de wonderlijk schoone Sertularia's zijn zeepolypen, die den vorm bezitten van een gras- of denneplantje, de schimmels doen zich nu eens voor als een cel, dan weder als een wier. In dezen nog duisteren schuilhoek is het onmogelijk, scherpe grenzen te stellen, zelfs niet tusschen de bewerktuigde en onbewerktuigde natuur. De koraaldieren vormen door hunne verharde omkleedsels gesteenten, en het steengraauwe, schelpachtige korstmos onzer zeeduinen (Patellaria) is duurzaam en hard als het zand, waarop het, in groote menigte, zonder wortel, op de droogste, barste plekken voorkomt.
Gelijk de laagste diersoorten, de weekdieren, de straaldieren en polypen iets plantaardigs en zelfs iets anorganisch in hun vorm en leven vertoonen, zoo zien wij in de Kryptogamen verschijnselen en vormen, die ons aan het dierlijk leven en zelfs aan de onbewerktuigde p\natuur herinneren. Van daar de eigenaardige indruk, dien zij op ons maken, gansch anders dan die van de zigtbaar bloeijende planten, een indruk, die spreekt van een voorbijgegaan tijdperk, toen de hoogere Kryptogamen, bij andere toestanden onzer planeet, in haar grootsten luister schitterden.
Vrij zeker is het, dat bij de meeste hoogere Kryptogamen een bevruchtend en vruchtdragend orgaan bestaat. Het laatste, dat het duidelijkst is, heeten wij gewoonlijk de vrucht (Sporangium), het eerste is hoogst moeijelijk te ontdekken en bevindt zich dikwijls op gedeelten der plant, die slechts korten tijd en alleen bij hare ontkieming bestaan (prothallium, voorkiem), zooals dit bij de varens is aangetoond. Dit bevruchtend orgaan (antheridium) bevat meestentijds kleine, slangvormige ligchaampjes (antherozoïden), die zich, bij het uitkomen, min of meer slingerend bewegen en wier werking op de vrucht nog niet met zekerheid bekend is.
Hier staan wij op de grenzen der wetenschap, waar gissing en geloof, gelijk overal, vaak tot ijdele redenering en onvruchtbaren strijd leiden en alleen de geduldige, moedige onderzoeker langzamerhand den weg kan banen.
De Korstmossen vormen door hunne gedaante als 't ware een overgang